Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/3.1.3.4
3.1.3.4 Voortvarendheid en afsluiting
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480892:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Tversky & Kahneman 1974; Kahneman 2011.
Mulder 2013, p. 98; Rijnhout NTBR 2017/39, p. 286.
Bytzek 2008, p. 91; Brändström, Kuipers & Daléus 2008; Behoorlijk omgaan met schadeclaims 2009, p. 51.
ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188 (concl. A-G R.J.G.M. Widdershoven), m.nt. J.A.R. van Eijsden; Van de Bunt 2017; Lawson & Teuben, BWKJ 2004, p. 153-189.
Van de Bunt 2016, p. 91-97.
Hadfield 2008.
’t Hart & Boin 2001; Bovens 2011.
Shibutani 1966; Drabek 1986.
Zoals diverse literatuur waar in dit hoofdstuk naar werd verwezen, met name: Lindenbergh 1998; Huver e.a. 2007; Akkermans e.a. 2008; Ammerlaan 2009; Behoorlijk omgaan met schadeclaims 2009; Behoorlijk omgaan met schadeclaims 2011; Lindenbergh & Akkermans 2014; Van de Bunt 2016.
Tot slot verlangen gedupeerden dat schade en vooral de nasleep van schade niet te lang voortduurt. In onzekerheid verkeren over de schade en de gevolgen van schadebeleid voor individuele burgers (waaronder mogelijke vergoedingen) is mentaal zeer belastend.1 Gedupeerden beoordelen procedures beter als zij ze als snel ervaren;2 ze hebben behoefte aan een voorspoedige afhandeling van schade en een reactie vanuit de overheid op wat hen is overkomen.3 Dit past bij het principe van rechtszekerheid,4 en de verplichting voor de Nederlandse staat om zich te houden aan een ‘redelijke termijn’ uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.5 Gedupeerden willen bovendien de gelegenheid krijgen om de gebeurtenis (mentaal) af te sluiten (closure).6 Bij crises is het belangrijk dat de overheid voorkomt dat nasleep van schade de ‘ramp na de ramp’ wordt.7 Als onzeker- en onduidelijkheden lange tijd voortduren, biedt dit een voedingsbodem voor wantrouwen.8
Al met al kampen gedupeerden met verschillende informatie- en zingevingsbehoeften: zij willen weten wat er gebeurd is en waarom, zij willen weten wat er nog kán gebeuren en hoe de overheid dat probeert te voorkomen, en zij willen weten hoelang zij nog schade kunnen verwachten en hoelang het proces van schadeafhandeling zal duren. Het is belangrijk dat de overheid die vragen, die des te meer zullen leven als de overheid zelf (indirect) betrokken was bij het ontstaan van de schade, adequaat en voortvarend beantwoordt. Als de overheid tegemoet wil komen aan de behoeften van gedupeerden dient de schadeafhandeling niet alleen op een ervaren rechtvaardige wijze maar tegelijkertijd duidelijk en voortvarend plaats te vinden; gedupeerden willen zo kort mogelijk in (rechts-)onzekerheid verkeren.
Bepaalde zorgvuldigheidsnormen binnen het rechtssysteem kunnen echter voorkomen dat schadeafhandeling voortvarend plaatsvindt. Het geldende schadevergoedingsrecht kent normen en uitgangspunten die het bemoeilijken dat de overheid als indirecte schadeveroorzaker een rol speelt in de vergoeding van schade. Het sluit daarbij niet altijd goed aan bij de behoeften van gedupeerden, zoals reeds geconstateerd in ander onderzoek.9 Ik richt mij niet direct op deze mismatch, maar schets in de volgende paragraaf de mogelijkheden die er in het bestaande stelsel van schadevergoeding zijn en de belangrijkste knelpunten hierin voor gedupeerden die te maken hebben gekregen met door de overheid gefaciliteerde schade. De nadruk in de presentatie van het geldende schadevergoedingsrecht ligt daarom op de ingewikkeldheden van het verkrijgen van schadevergoeding van overheidswege.