Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/7.6:7.6 Slotopmerkingen
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/7.6
7.6 Slotopmerkingen
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS436736:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Flexibiliteit of rechtszekerheid? Twee botsende uitgangspunten in het jurisdictierecht, waarover het HvJ EG zich in Owusu heeft uitgelaten. Het Hof heeft duidelijk gekozen voor rechtszekerheid; een uniforme toepassing van het EEX-Verdrag, en thans de EXX-Verordening, komt de voorspelbaarheid van rechtsmacht ten goede en leidt zo tot rechtszekerheid voor Europese justitiabelen. Na Owusu laten zich naar mijn mening geen gevallen meer bedenken waarin het in de interne wetgeving van een der lidstaten opgenomen forum non conveniens toepassing kan vinden, zodra de rechtsmacht van een gerecht in lidstaten is gebaseerd is op de EEX-Verordening. Aangezien in de EEXVerordening zelf ook geen forum non conveniens-discretie is neergelegd, is het doek voor dit door het Verenigd Koninkrijk juist zo hoog gehouden flexibiliteitsmechanisme in EEX-verband gevallen. Het signaal dat het HvJ EG met Owusu heeft afgegeven, behoeft mijns inziens niet beperkt te blijven tot slechts het EEX-Verdrag resp. de EEXVerordening. De regel uit Owusu mag wat mij betreft ook worden toegepast onder de commune rechtsmachtregels van de lidstaten in zaken buiten het personen- en familierecht.
Het vorenstaande neemt niet weg dat in de EEX-Verordening soms nog problemen rijzen bij de allocatie van rechtsmacht, met name als het gaat om het aanwijzen van de meest geëquipeerde rechter met wiens rechtssfeer de zaak voldoende aanknopingspunten heeft. De rechtsmachtbepalingen van de EEX-Verordening voldoen niet altijd aan het vereiste van nauwe band tussen forum en geschil. Dat is bijvoorbeeld het geval bij art. 2 jo. art. 60 lid 1 sub a EEX-Vo; rechtsmacht kan worden gebaseerd op de statutaire plaats van vestiging van een rechtspersoon, terwijl de bedrijfsactiviteiten ontplooid worden in een andere staat. De enige band met de forumstaat bestaat dan in de statutaire vestigingsplaats. Is de uitoefening van rechtsmacht als forum rei dan nog wel gerechtvaardigd? En hoe zit dat met de rechtsmacht van de rechter in het Erfolgsort wanneer zijn bevoegdheid gebaseerd is op de enkele verschijning van een — naar later blijkt onjuist — nieuwsbericht op computerschermen in de forumstaat? Wordt een forum non conveniens in deze gevallen toch niet gemist? Ik ben van mening dat de eventuele onaanvaardbare gevolgen van ruime bevoegdheidsgronden uit de EEX-Verordening opgelost zouden moeten worden door een wijziging of aanscherping van de aanknopingsfactor in de bevoegdheidsregel zelf.