Gst. 2025/71
Het college moet onderzoeken en afwegen of het geheel of gedeeltelijk moet afzien van terugvordering van bijstand wegens dringende redenen. Daarbij zijn niet alleen de gevolgen, maar ook de oorzaken van de terugvordering van belang. (Rotterdam)
CRvB 10-12-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2192, m.nt. H. Jans & J.C. de Wit
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
10 december 2024
- Magistraten
Mrs. O.L.H.W.I. de Korte, E.C.G. Okhuizen en J.E. Jansen
- Zaaknummer
23/713 PW
- Noot
H. Jans & J.C. de Wit
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD15901:1
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2024:2192, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 10‑12‑2024
- Wetingang
(Art. 58 lid 8 Participatiewet)
Essentie
Het college moet onderzoeken en afwegen of het geheel of gedeeltelijk moet afzien van terugvordering van bijstand wegens dringende redenen. Daarbij zijn niet alleen de gevolgen, maar ook de oorzaken van de terugvordering van belang. (Rotterdam)
Samenvatting
De PW kent wel, net als de andere socialezekerheidswetten, een bevoegdheid om de gevolgen van de terugvordering te beperken. Op grond van artikel 58, achtste lid, van de PW kan de bijstandverlenende instantie immers geheel of gedeeltelijk van terugvordering afzien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. […]. De Raad ziet dit begrip als een open norm die ertoe leidt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.