Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.4.1:3.4.1 Rechtspersoon(lijkheid)
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.4.1
3.4.1 Rechtspersoon(lijkheid)
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS493004:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wetsvoorstel 3769.
Kamerstukken II 1957/58, 3769, nr. 5.
Kamerstukken II 1957/58, 3769, nr. 8.
Zie 3.3.
Rb. Zwolle 28 februari 2001, JOR 2001,121(Stichting Rooms Katholiek Kerkhof Zwolle), zie 7.2.
Ph.A.N. Houwing, Subjectief recht, rechtssubject, rechtspersoon, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Wil-link 1939.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechtsvormwijziging is het wijzigen van de rechtsvorm van een rechtspersoon. Wat is een rechtspersoon? De wetgever heeft bij de vaststelling van het nieuwe Burgerlijk Wetboek geen definitie van het begrip 'rechtspersoon' gegeven.1 De Minister van Justitie gaf daarvoor twee redenen aan.2 Allereerst gaf het begrip `rechtspersoon' geen onduidelijkheid in het gewone spraakgebruik. Daarnaast leidde het geven van een definitie alleen maar tot een, onwenselijk, debat over definiëring.
Wel werd het wenselijk geacht duidelijk aan te geven wanneer sprake was van rechtspersoonlijkheid. Dat bleek uit de bevestigende beantwoording van de door de Commissie van Justitie in het eindverslag3 gestelde vraag aan de Minister van Justitie:
`Is het gewenst ten aanzien van de rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsvormen een 'gesloten systeem' in de wet neer te leggen?
De regeling van Boek 2 BW is van toepassing op rechtspersonen. Het is daarom van belang dat duidelijk is wanneer al dan niet sprake is van een rechtspersoon. Vervolgens is van belang welke vorm de rechtspersoon heeft. De wet verbindt aan elke vorm van rechtspersoon specifieke eisen waaraan de betreffende variant herkend kan worden en binnen welke wettelijke grenzen de betreffende rechtspersoon zich in die vorm kan begeven.
Artikel 2:18 BW geeft een regeling voor rechtsvormwijziging van rechtspersonen. De wet kent een gesloten systeem van rechtspersonen. Uit de artikelen 2:1 tot en met 2:3 BW vloeit voort wat rechtspersonen zijn. Rechtssubjecten waarvan de wet aangeeft dat ze rechtspersoonlijkheid hebben, zijn rechtspersoon. Een rechtspersoon is drager van rechten en plichten. Artikel 2:18 BW is allereerst van toepassing op privaatrechtelijke rechtspersonen genoemd in artikel 2:3 BW. Voor rechtsvormwijziging van publiekrechtelijke rechtspersonen wordt veelal een regeling bij wet in formele zin getroffen.4 Uitgangspunt is dat artikel 2:18 BW niet van toepassing is op kerkgenootschappen, maar overeenkomstige toepassing van artikel 2:18 BW is geoorloofd op basis van het statuut van een kerkgenootschap.5
Onderscheid dient gemaakt te worden tussen rechtsfilosofie en rechtspolitiek. De rechtsfilosofische vraag richt zich op het wezen van de rechtspersoon; het zijn. Deze vraag heeft tot tal van publicaties aanleiding gegeven. Over de rechtsfilosofische vraag6 zijn talrijke theorieën ontwikkeld. Daarnaast is de rechtspolitieke vraag: Welke entiteiten wenst de wetgever als rechtspersonen te erkennen en onder de heerschappij van de voor de rechtspersonen geldende regels te brengen? De rechtspolitieke vraag richt zich op de uitvoering. Dat element staat hier centraal.