Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.4.2.4
5.4.2.4 Last
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS493003:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser-Perrick 6, nr. 204.
Het verschil is van belang voor de belastingheffing. Bij een derdenbeding valt de stichting er tussen uit terwijl bij een last de stichting het schenkingsrecht in mindering mag brengen op het geschonkene. Het resultaat is hetzelfde, de gevolgde route is een andere.
Artikel 7:184 lid 1 sub a BW.
HR 7 juni 2002, BNB 2002/281 (m.nt. Van Vijfeijken, onder 4).
Artikel 7:185 lid 2 BW
M.J. Hamer, `Derdenbeding en schenking', VP-Bulletin 2003-5, p. 14.
Artikel 6:265 BW, op grond van artikel 6:261 lid 2 BW.
Kamerstukken II 1981/82, 17 213, nr. 3, p. 10.
Een last wordt onderscheiden van een derdenbeding. Bij een last bepaalt de stichting de wijze van besteding terwijl bij een derdenbeding de schenker de aanwijzing bepaalt. De sanctie bij niet naleving van een last is ontbinding van de schenkingsovereenkomst dan wel vernietigbaarheid van de schenking. Als een derden-beding niet wordt nagekomen, levert dat wanprestatie op wegens niet-nakoming van het derdenbeding.
Een last is een verplichting die door de schenker wordt opgelegd in het kader van de schenking. Een dergelijke verplichting ontneemt niet per definitie het vrijgevigheidkarakter aan de schenking. Beslissend is dat de schenker door de nakoming van de verplichting niet in zijn vermogen is gebaat.1 Dat is bijvoorbeeld het geval indien expliciet wordt bepaald dat het geldbedrag wordt aangewend voor het doel van de stichting ten tijde van de schenking.
Afhankelijk van de formulering kan een verplichting als last of als derdenbeding aangemerkt worden.2 Bij een last wordt een verplichting opgelegd door de schenker aan de begiftigde.3 Om van een last te kunnen spreken is in ieder geval noodzakelijk dat de schenker een bepaalde groep personen of een bepaald doel moet aangeven die hij met zijn schenking wil bevoordelen.4 De bedoeling van partijen en de inhoud van de schenkingsovereenkomst, kortom de Haviltexnorm, is doorslaggevend. Als expliciet is opgenomen dat sprake is van een last, te weten besteding in overeenstemming met stichtingsdoel op moment van schenking, dan is de tekst beslissend. Indien uitgegaan wordt van het standpunt dat een schenking aan een stichting opgevat wordt als een impliciete last van instandhouding van het doel, dan is het rechtsgevolg daarvan eveneens dat bij niet-nakoming van die last vanwege rechtsvormwijziging van de stichting, de schenking aangetast kan worden door de schenker.
De sanctie bij niet-nakoming van de last is vernietigbaarheid van de schenking.5 De vernietigingstermijn is zeer kort. De termijn is namelijk beperkt tot één jaar en vangt aan op het moment dat het feit dat tot vernietiging aanleiding geeft, ter kennis van de schenker is gekomen.6 Na overlijden van de schenker kan vernietiging niet meer plaatsvinden door een buitengerechtelijke verklaring maar uitsluitend op basis van een rechterlijke uitspraak.7 Een belanghebbende kan de rechter verzoeken de vernietiging uit te spreken.8 Vernietiging kan worden gevorderd ongeacht of de schenking al is uitgevoerd of niet. Voorwaarde is wel dat nakoming niet gevorderd kan worden. Indien wel nakoming gevorderd kan worden, kan bij een tekortkoming de overeenkomst ontbonden9 worden. Voor vernietiging is geen plaats indien de weg van ontbinding mogelijk is.10