Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.3.1.1.1:3.3.1.1.1 Wetsgeschiedenis
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.3.1.1.1
3.3.1.1.1 Wetsgeschiedenis
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS301773:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 oktober 2006, LJN AW2080, JOR 2006, 296, JRV 2006, 752, NJ 2008, 528, conclusie A-G L. Timmerman, paragraaf 2.1.
De Jong (2003), p. 605.
Kamerstukken 967/68, 9595, nr. 3, p. 8, zo ook De Jong (2003), p. 605.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de wetsgeschiedenis bij de invoering van de accountantsverklaring valt niet op te maken hoe de wetgever over dit vraagstuk dacht.1 De wet op de jaarrekening introduceerde in 1970 de verplichte accountantscontrole en daarbij behorende accountantsverklaring. Uit de memorie van toelichting volgt dat de accountantsverklaring primair een instrument is om de algemene vergadering te voorzien van informatie. Een onduidelijkheid in de memorie van toelichting is dat deze spreekt over ‘de aandeelhoudersenz.hebben er recht op kennis te nemen van de verklaring van de deskundige die de rekening heeft onderzocht.2’. De Jong3 merkt hierover op dat met ‘enz.’ mogelijk andere stakeholders worden bedoeld. De Jong is echter van mening ‘dat de wetgever primair de bescherming van aandeelhouders op het oog heeft gehad’. Ik sluit me aan bij De Jong. Uit het oogpunt van bescherming door accountantscontrole wordt in de memorie slechts gesproken over minderheidsaandeelhouders.4 Er wordt in dit verband niet gesproken over de bescherming van andere derden.