Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.2.3.2
2.2.3.2 Doelstelling van het Europees mededingingsrecht
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS575219:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Barents & Brinkhorst 2006, p. 387.
HvJ EG 19 maart 1991, zaak C-202/88 (Telecom I (FR)),Jur. 1991, p.1-1223; HvJ EG 9 november 1995, zaak C-91/94 (Tranchant), Jur. 1995, p. 1-3911.
Barents & Brinkhorst 2006, p. 387.
Barents & Brinkhorst 2006, p. 387; Van den Bergh & Camesasca 2006, p. 5.
Barents & Brinkhorst 2006, p. 387; Kapteyn & VerLoren van Themaat 2003, p. 647. Zie HvJ EG 23 september 1964, gevoegde zaken 56/64 en 58/64 (Grundig-Consten), Jur. 1966, p. 449.
Zie bijvoorbeeld Barents & Brinkhorst 2006, p. 301-302, p. 387-388, p. 408-420, p. 420-435; Kapteyn & VerLoren van Themaat 2003, hoofdstukken VIII, D( en X.
Zie Whish 2008, p. 23.
Door het vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen is binnen de EU een begin gemaakt met het instellen van een gemeenschappelijke markt, waardoor vraag en aanbod uit alle lidstaten elkaar kunnen ontmoeten.1 De vier vrijheden kunnen echter niet garanderen dat marktdeelnemers op de communautaire markt overal gelijke kansen hebben.2 Er bestaat pas een ruimte waarin de allocatie van productiefactoren primair geregeld wordt door het marktmechanisme, indien marktdeelnemers overal op de communautaire markt gelijke concurrentiekansen hebben (een open markt met vrije mededinging ex artikel 4 EG). Voor gelijke concurrentiekansen voor ondernemingen is in de eerste plaats vereist dat ondernemingen zich marktconform gedragen. Om de concurrentie te beperken zijn ondernemingen geneigd afspraken te maken over de verdeling van markten. Deze afspraken kunnen de door het EG-Verdrag beoogde samensmelting van de nationale markten verhinderen.3 Ondernemingen met een sterke economische positie (collectief of individueel) hebben minder van de concurrentie te vrezen en kunnen daarom makkelijker aan andere marktdeelnemers hun wil opleggen. Het bedrijfsleven mag geen afspraken maken of in stand houden die de invoer en uitvoer naar andere lidstaten kunnen belemmeren. Hetgeen aan de lidstaten door middel van met name het vrij verkeer van goederen (artikel 28 EG) en het vrij verkeer van diensten (artikel 49 EG) wordt verboden, kan niet aan de ondernemingen worden toegestaan.4 Dit is een belangrijke reden voor het bestaan van de verboden die zijn neergelegd in de artikelen 81 en 82 EG.5
Naast het zorgen voor een open markt (de vier vrijheden) en het controleren van het ondernemingsgedrag (via het verbod om mededingingsbeperkende afspraken te maken ex artikel 81 EG en via het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie ex artikel 82 EG) is van belang het verbod op door de Commissie niet goedgekeurde staatssteun (artikelen 87 en 88 EG), de harmonisatie van wetgeving van de lidstaten en de Economische en Monetaire Unie (Emu).6 In dit boek staat het controleren van het ondernemingsgedrag centraal vanuit het perspectief van de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Het is echter goed om bij de toepassing van het Europees mededingingsrecht de plaats en de doelstelling van het Europees mededingingsrecht in het oog te houden.
Het mededingingsrecht kan helpen de handel tussen de lidstaten te stimuleren door het creëren van een zogenaamd 'fair level playing field' voor ondernemingen in de EU. Als gevolg van het feit dat een van de doelen van het Europees mededingingsrecht het bevorderen van de Europese marktintegratie is, zijn er door de mededingingsautoriteit wel beslissingen genomen die niet zouden zijn genomen ingeval de interne markt geen rol zou spelen bij de totstandkoming van een beslissing.7