V-N 2014/55.22
Bij voorwaardelijke vrijstelling ontstaat belastingschuld pas als niet meer aan voorwaarden wordt voldaan
HR 10-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:2922, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2014
- Magistraten
Schaap, Koopman, Groeneveld
- Zaaknummer
13/06391
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- JCDI
JCDI:ADS919320:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingen van rechtsverkeer / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:2922, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑10‑2014
- Wetingang
art. 15, lid 1, h, Wet BRV; art. 20 AWR; art. 5b Uitv.besl. BRV; art. 15 WBR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat ten tijde van het belastbare feit geen belastingschuld ontstaat, als een geslaagd beroep wordt gedaan op een vrijstelling. De onderhavige belastingschuld is daarom pas op 1 maart 2007 ontstaan. De naheffingsaanslag is tijdig opgelegd.
Samenvatting
Belanghebbende, X bv, houdt de aandelen in B bv. Eind 2004 levert B bv de juridische eigendom van een pand aan X bv. Hierbij beroept X bv zich op de vrijstelling overdrachtsbelasting van art. 15 lid 1 onderdeel h WBR 1970. X bv draagt tezelfdertijd de aandelen B bv over aan haar moedermaatschappij, A bv. Op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.