Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/2.4.3:2.4.3 Nieuwenhuis: drie beginselen van contractenrecht
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/2.4.3
2.4.3 Nieuwenhuis: drie beginselen van contractenrecht
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS583833:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook Nieuwenhuis voert in zijn uit 1979 daterende proefschrift de causa aan in het kader van een studie naar de grondslag van gebondenheid aan het overeengekomene.1 Anders dan in de leer van Smits moet het beginsel van wederkerigheid bij Nieuwenhuis echter tevens het vertrouwensbeginsel en dat van de autonomie naast zich dulden. Laatstgenoemde beginselen zijn in de visie van Nieuwenhuis onlosmakelijk met elkaar verbonden:
"In het sociale vlak is er geen vrijheid van handelen zonder dat dit gepaard gaat met verantwoordelijkheid voor de gevolgen die daardoor bij anderen teweeg worden gebracht. Met de vrijheid tot het sluiten van overeenkomsten is onverbrekelijk verbonden de aansprakelijkheid voor het vertrouwen dat in dat verband bij de ander wordt opgewekt."2
Naast de beginselen van autonomie en vertrouwen plaatst Nieuwenhuis, zoals gezegd, dat van de causa: aan de hand van het arrest Booy/Wisman3 betoogt Nieuwenhuis dat naast de vrije en volwaardige toestemming van partijen ook de doeloorzakelijke structuur van de overeenkomst van belang is:
"De verbindende kracht van de overeenkomst is mede afhankelijk van de lotsverbondenheid van de over en weer bedongen prestaties."4
Geen van de drie door Nieuwenhuis opgevoerde beginselen kan echter op eigen kracht de gebondenheid aan de overeenkomst verklaren• elk der door Nieuwenhuis opgevoerde beginselen vindt zijn begrenzing in (de wisselwerking met) de andere twee beginselen.5 De verbindende kracht van de overeenkomst wordt dan ook verklaard door het samenspel tussen genoemde drie beginselen: afhankelijk van de omstandigheden van het geval zal nu weer de autonomie, dan weer het vertrouwen of de causa een sterkere of zwakkere rol spelen bij de rechtvaardiging van gebondenheid. Aldus heeft de benadering van Nieuwenhuis een sterk topisch karakter, hieruit bestaande dat autonomie, vertrouwen en causa niet zozeer als (starre) vereisten zijn op te vatten, maar veeleer moeten worden gezien als vindplaatsen van argumenten ter rechtvaardiging van gebondenheid.6