Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.3.4.1.2
II.3.4.1.2 Efficiëntie per strafzaak
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453157:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De oude geografische indeling van de politie lijkt mij meer geschikt voor de aanstelling van GKT-teams. De huidige tien eenheden verschillen enorm in oppervlakte, waardoor de aanrijtijden in bijvoorbeeld de regio Noord-Nederland te lang zullen zijn.
Overigens zou dit net genoeg zijn om alle geregistreerde verdachten van misdrijven tegen het leven te onderwerpen aan een GKT-onderzoek. In 2011 werden namelijk 4.088 misdrijven in deze categorie geregistreerd en voor deze delicten werden 3.421 verdachten geregistreerd. M.M. van Rosmalen, S.N. Kalidien & N.E. De Heer-de Lange, Criminaliteit en rechtshandhaving 2011, Den Haag: Boom uitgevers 2012, p. 388, 394.
Per onderzoek in een strafzaak dienen als input de volgende handelingen door de GKT-deskundige(n) te worden verricht: (1) het onderzoeken van de plaats delict; (2) het opstellen van de test; (3) het afnemen van de test; (4) het analyseren van de data en; (5) het rapporteren over de output. Zoals eerder gemeld is Japan het enige land dat de GKT succesvol heeft geïncorporeerd in de strafvorderingspraktijk. Gebaseerd op de informatie uit paragraaf 4.2 van het vorige hoofdstuk zijn als de input in één strafzaak ongeveer 25 arbeidsuren (van een ervaren deskundige) nodig (om de vijf hierboven genoemde handelingen uit de voeren). Als de cijfers van Japan als uitgangspunt voor de Nederlandse situatie worden genomen, dan zullen in de 25 oude regionale korpsen1 (maximaal) 50 GKT-deskundigen in dienst zijn. Per GKT-eenheid kunnen per jaar 140 onderzoeken2 worden gedaan. Overigens kunnen ook nevenkosten ontstaan, doordat zorgvuldiger moet worden verhoord om lekkage van informatie tegen te gaan. Tevens lijkt mij het opnemen van een verhoor een noodzakelijkheid, en dat gaat ook met kosten gepaard. Die kosten zijn echter niet in te schatten.
Bij de throughput gaat het over hoe met de bestaande personele en materiële middelen het ketenproces zo efficiënt mogelijk kan plaatsvinden. Als throughput bij de GKT in een strafvorderlijke context zijn de volgende onderdelen van belang: de communicatie tussen opsporingsambtenaren en deskundigen; plaats van afname van de GKT; onderhoud van apparatuur en; finaliteit. Na ontdekking van een strafbaar feit, kan een GKT-deskundige ter plaatse worden opgeroepen. Bij regionale GKT-eenheden zal de communicatie met de politie eenvoudiger tot stand komen dan met een landelijk GKT-team. Daarnaast zijn de aanrijtijden aanzienlijker korter. Met regionale eenheden verloopt het ketenproces derhalve efficiënter. Door een eventuele tussenkomst van de rechter-commissaris achteraf te laten plaatsvinden, wordt geen kostbare tijd verloren waarin informatie kan worden gelekt.
Bij de afname van de GKT spelen nog enkele punten een rol van betekenis. De vraag is of, gezien de fysieke dwang die wordt gebruikt om via normale lichamelijke functies bewijs te verkrijgen, medische controle op essentiële lichamelijke functies een relevante waarborg moet zijn. De verdachte bij wie de GKT wordt afgenomen staat immers onder stress door de toepassing van de opsporingsmethode en verschillende lichamelijke functies zijn onderzoeksobject bij de GKT. Voor de gezondheid van de verdachte en voor de betrouwbaarheid van de resultaten van de GKT lijkt medische controle vereist. Dit houdt in dat ook medische expertise aanwezig moet zijn.
Als laatste onderdeel van de throughput wordt finaliteit behandeld. Als voor de GKT een machtiging van de rechter-commissaris moet worden verkregen, dan loopt het ketenproces bij de afname vertraging op. Overigens is de toegewezen machtiging van de rechter-commissaris wel een finale beslissing. De verdachte kan tegen een afgegeven machtiging namelijk geen rechtsmiddel indienen. De standaardregeling van rechtsmiddelen tegen rechterlijke beslissingen is dat tegen een beschikking voor de verdachte in beginsel geen rechtsmiddel open staat (zie artikel 445 lid 1 Sv). Volgens artikel 446 lid 1 Sv zou het openbaar ministerie tegen een afgewezen machtiging wel in hoger beroep kunnen.
Overigens zou bij de eventuele introductie van de GKT ruimte kunnen worden geboden aan de mogelijkheid van tegenonderzoek. Een tegenonderzoek vertraagt het proces: de resultaten uit het onderzoek zijn blijkbaar nog niet definitief. Een eventueel tegenonderzoek is echter niet eenvoudig vorm te geven. De GKT kan niet nogmaals op dezelfde wijze worden afgenomen omdat de voorwaarde van naïviteit is geschonden bij de al gebruikte items. Dit betekent dat een volledig nieuwe test moet worden opgesteld. Waarschijnlijk kunnen daarvoor echter niet voldoende items worden geselecteerd. Een andere vorm van ‘tegenonderzoek’ zou het volgende kunnen zijn: de patronen van hersenactiviteit en fysiologische reacties die zijn verkregen bij het eerste onderzoek worden voorgelegd aan een tweede (en derde) deskundige. Deze deskundigen bekijken alleen de resultaten en moeten op grond daarvan de beslissing over het aanwezig zijn van schuldige kennis nemen.
De output die wordt verkregen met de GKT zijn patronen in hersenactiviteit en fysiologische reacties waaruit wordt afgeleid of een persoon daderkennis bezit. Omdat daderkennis contextafhankelijk is – het betreft alleen daderkennis over een bepaald strafbaar feit – is het resultaat niet te gebruiken in andere onderzoeken of te vergelijken met sporen op andere plaatsen delict (zoals een DNA-profiel). De GKT levert derhalve geen kostenbesparing op, omdat het geen bewijs oplevert dat in meerdere rechtszaken is te gebruiken.