Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/377
Verzekeringsrecht. Mededelingsplicht bij aanvraag verzekering (art. 7:928 lid 1 BW); vervaltermijn bij schending mededelingsplicht (art. 7:929 lid 1 BW); nader onderzoek verzekeraar door inschakeling medisch adviseur; moment aanvang vervaltermijn.
HR 27-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:321
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 februari 2026
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00485
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht / Verzekeringsovereenkomst
Vermogensrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:321, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1288, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑02‑2025
- Wetingang
Art. 7:929 BW
Samenvatting
De verzekeraar die ontdekt dat aan de mededelingsplicht van art. 7:928 lid 1 BW niet is voldaan, kan de gevolgen daarvan slechts inroepen indien hij de verzekeringnemer binnen twee maanden na de ontdekking op de niet-nakoming wijst onder vermelding van de mogelijke gevolgen (art. 7:929 lid 1 BW). De vervaltermijn van twee maanden gaat pas lopen als de verzekeraar voldoende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.