Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/387
Verordening Rome I. Toepassingsvoorwaarden art. 6 (consumentenovereenkomst); peildatum.
HvJ EU 04-12-2025, ECLI:EU:C:2025:942 (Liechtensteinische Landesbank)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
4 december 2025
- Magistraten
I. Jarukaitis, K. Lenaerts, M. Condinanzi, N. Jääskinen, R. Frendo
- Zaaknummer
C-279/24
- Conclusie
A-G R. Norkus
- Roepnaam
Liechtensteinische Landesbank
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2025:942, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 04‑12‑2025
ECLI:EU:C:2025:380, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 22‑05‑2025
- Wetingang
Art. 6 Verordening (EG) nr. 593/2008 (Verordening Rome I)
Essentie
AY tegen Liechtensteinische Landesbank (Österreich) AG.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrecht) bij beslissing van 8 april 2024.
Verordening Rome I. Toepassingsvoorwaarden art. 6 (consumentenovereenkomst); peildatum.
Art. 6 lid 1 Verordening Rome I moet aldus worden uitgelegd dat het niet van toepassing is op een overeenkomst tussen een consument en een bank wanneer de voorwaarden van die bepaling niet zijn vervuld bij de sluiting van die overeenkomst, maar wel nadien.
Partij(en)
AY
tegen
Liechtensteinische Landesbank (Österreich) AG