Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/7.2.1
7.2.1 Maatschapsstructuur in wetenschappelijk perspectief
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS606192:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer 5-V 1995/28, Van der Waals 2017, p. 146 en Tervoort 2015, p. 17.
Tervoort 2015, p. 17.
Zie bijvoorbeeld het overzichtsartikel van Von Nordenflycht uit 2010 waarin hij o.b. v. literatuuronderzoek uitgebreid ingaat op de vraag wat een professional service firm (‘PSF’) is. En Wanrooij (2007) die als onderwerp van zijn dissertatie de bestuurlijke inrichting van PSFs heeft. In hoofdstuk 3 van zijn dissertatie komt hij op basis van literatuuronderzoek tot negen kenmerken van de PSF. Wanrooij onderzoekt onder meer de bestuurlijke inrichting van een groot aantal Nederlandse accountantsorganisaties. Een andere veel genoemde PSF is een advocatenkantoor.
Wanrooij 2007, p. 81.
Wanrooij 2007, hoofdstuk 3, zie voor de synthese van zijn literatuurstudie p. 78-80.
Wanrooij 2007, p. 80.
Zie bijv. Suddaby e.a. 2008, p. 992: “Professional service firms are sometimes referred to as the firms of the future because they are exemplars of knowledge intensive organizations. Many of them are highly succesful and can trace their lineage to the mid 19th century. In short, these firms are examples of sustained market success”.
Van der Waals 2017, p. 284.
Tervoort 2015, p. 13.
Zie nader paragraaf 7.3.2.
Russell 1985, p. 223-227.
Hij wijst bijv. op het voordeel van kostenefficiëntie en op werknemers uit de PSF die (meer) begrip tonen voor besparingen tijdens reorganisatie dan werknemers in conventionele vennootschappen omdat zij zich (mede)eigenaar voelen, Russell 1985, p. 238.
Von Nordenflycht 2010, p. 159-165. Zie anders Zardkoohi e.a. 2011, die een kritische reactie geven op het artikel van Von Nordenflycht. Von Nordenflycht reageert op Zardkoohi e.a. 2011 in Von Nordenflycht 2011.
Greenwood en Empson 2003, p. 926.
Van Lent 1999, p. 225.
De juridische definitie van de maatschap volgt uit art. 7A:1655 BW. De “maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.” In de literatuur wordt opgemerkt dat deze wettelijke definitie van de maatschap te beperkt is voor de werkelijkheid, met name omdat het element samenwerking op voet van gelijkwaardigheid in de definitie ontbreekt.1 Tervoort formuleert daarom een bredere definitie, te weten: “de overeenkomst van vennootschap is de overeenkomst tussen twee of meer personen die zich jegens elkaar verbinden om op voet van gelijkwaardigheid en met behulp van een door elk van hen in te brengen prestatie samen te werken met het oog op het behalen van een op geld waardeerbaar voordeel dat onder hen gezamenlijk wordt verdeeld.”2 In de niet-juridische wetenschappelijke literatuur worden accountantsorganisaties geschaard onder de noemer ‘professional service firms’ (PSF) of ‘professional partnerships’.3 De PSF of (professional) partnership definieert Wanrooij als het ‘maatschapsachtige type organisatie’.4 Wanrooij concludeert op grond van een uitgebreide literatuurstudie dat de PSF negen kenmerkende eigenschappen heeft.5 Hij stelt dat een PSF (i) een samenwerkingsverband is, van (ii) professionals, die (iii) professionele diensten verlenen met een winstoogmerk. Een professional is een expert die zijn expertise verkrijgt uit de praktijk en (wetenschappelijke) kennis. De professional is onafhankelijk en service-gericht, heeft regelmatig interactie met de klant en kan in maatwerk voorzien. De werkzaamheden van de professional worden beïnvloed door de beroepsregelgeving en beroepsethiek. Partners zijn de meest vooraanstaande professionals binnen de PSF. (iv) De partners zijn de enige aandeelhouders van de PSF. Zij delen niet alleen het eigendom van de PSF maar bijvoorbeeld ook (v) winsten, zeggenschap en bepalen gezamenlijk wie mag toetreden tot het partnerschap (coöptatie-model). Wanrooij typeert de partnergroep met de term ‘confraterniteit’. De (uiteindelijke) macht binnen de PSF ligt bij de partners, die (vi) gezamenlijk besluiten nemen. Wanrooij typeert de PSF verder als (vii) meritocratie met collegialiteit en concurrentie. Anders gezegd, binnen de PSF bestaan sterke informele en sociale verbanden waarin reputatie zorgt voor status en groei binnen de PSF. Reputatie komt tot stand door onder meer expertise en winstbijdrage. De sociale verbanden worden (viii) in stand gehouden “door intensieve socialisatieprocessen en social events”6 waardoor een gezamenlijke cultuur ontstaat. De PSF bestaat uit (ix) verschillende professionele praktijken waarin ondersteunende en stafdiensten slechts een beperkte plaats innemen. De werking van de accountantsorganisatie in de praktijk wordt door de door Wanrooij beschreven kenmerken van de PSF in samenhang met de elementen uit art. 7A:1655 BW nader ingevuld en ingekleurd.
Het gebruik van de maatschap(structuur) binnen de PSF doorstaat de tand des tijds.7 Van der Waals concludeert dat de maatschap “klassiek en expliciet geschikt [is] voor beroepsuitoefening” en daarnaast “een organisatiestructuur [biedt] die van nature gericht is op gelijkwaardige samenwerking (platte organisatiestructuur). Tevens is ze (zeer) flexibel in te richten en daarmee aan te passen aan de specifieke wensen van de beroepsbeoefenaren.”8 Tegen de achtergrond van de – door mij eerder geduide – formeel-juridische ontwikkeling is het behoud van de eigenschappen van de maatschap, ondanks het verdwijnen van de rechtsvorm maatschap, dan ook goed verklaarbaar. Zo beschrijft Tervoort dat in de hedendaagse praktijk, praktijkvennootschappen waarvan alle aandelen (in)direct gehouden worden door de vrije-beroepsbeoefenaar de functie van maat bij de grote maatschap vervullen.9 Ook vrijwel alle Nederlandse OOB-accountantsorganisaties zijn op deze wijze juridisch vormgegeven.10 Het jarenlange, succesvolle gebruik van de maatschap(structuur) door onder meer accountantsorganisaties staat centraal in verschillende onderzoeken. Zo concludeert Russell dat de maatschapsstructuur voordelen biedt ten opzichte van conventionele organisatievormen wanneer een organisatie (i) diensten onregelmatig of in kleine hoeveelheden aan cliënten verleent, (ii) wanneer het monitoren van de kwaliteit van de dienstverlening lastig is, (iii) wanneer verlenen de diensten impliciet of expliciet samenloopt met ondernemerschap en (iv) wanneer menselijk kapitaal makkelijk overdraagbaar is.11 Russell komt op grond van economische redenen tot de conclusie dat de maatschapsstructuur voor, onder meer, accountantsorganisaties de juiste organisatiestructuur is.12 Von Nordenflycht komt dertig jaar later tot een soortgelijke conclusie. Ook Von Nordenflycht stelt dat de maatschapsstructuur een kansrijke structuur is voor (i) een kennisintensieve organisatie met weinig tot geen kapitaal, waarin (ii) vooral professionals werkzaam zijn waarvan (iii) de kwaliteit lastig inzichtelijk te maken is.13 Greenwood en Empson vergelijken de maatschapsstructuur met andere governance-structuren en concluderen dat de maatschapsstructuur voordelen biedt aan professionele dienstverleners als accountants doordat de agency-kosten lager zijn, en professionals in een maatschapsstructuur meer dan in andere governance-structuren gestimuleerd worden om goede kwaliteit te leveren.14 Ook Van Lent concludeert dat het voor accountantsorganisaties voordelig is om de karakteristieken van de maatschap te bewaren.15