Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.4.4.3
5.4.4.3 Proportionele aansprakelijkheid
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS300562:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491 (Deloitte/H&H) en Rammeloo (2013), p. 42 e.v.
Akkermans (1997), Akkermans (2000), p. 102-128.
A-G Hartlief spreekt van ‘een minder vergaande oplossing [dan de omkeringsregel], die de lasten van onzekerheid over wat er ‘zonder de fout’ zou zijn gebeurd over eiser en gedaagde verdeelt’. De omkeringsregel betitelt hij in dit verband als ‘alles of niet oplossing’. Conclusie A-G Hartlief d.d. 12 mei 2017, ECLI:NL:PHR:2017:430, rp. 3.36. Conclusie behorend bij HR 22 september 2017, ECLI:NL: HR:2017:2452.
Rammeloo (2013), p. 42 e.v. en HR 24 december 2010, LJN: BO1799, RvdW 2011/35 (Fortis / Bourgonje c.s.).
Er is ook een ‘alternatief’ voor proportionele aansprakelijkheid, namelijk het aannemen van causaal verband en vervolgens toepassing geven aan het leerstuk van eigen schuld (artikel 6:101). Een en ander kan echter op bezwaren stuiten vanuit het oogpunt van causaliteitsonzekerheid. Conclusie A-G Wissink bij HR 24 december 2010, LJN: BO1799. Zie tevens: Akkermans & Van Dijk (2012), p. 157 e.v., Akkermans (1997) en HR 31 maart 2006, LJN AU6092 (Nefalit/Karamus).
Zie bijvoorbeeld: Akkermans (1997), Akkermans & Van Dijk (2012), p. 157 e.v., Giesen & Tjong Tjin Tai (2008), Kortmann (2006), p. 1404 e.v. en Klaassen (2013), p. 151 e.v.
De Hoge Raad overweegt over het toepassingsbereik van het leerstuk dat hij wel mogelijkheden ziet voor toepassing in geval van schending van een waarschuwingsplicht door een bank. Volgens de Hoge Raad kan er ‘met name aanleiding zijn’ om proportionele aansprakelijkheid aan te nemen: (i) indien de aansprakelijkheid van de aangesprokene op zichzelf vaststaat (lees: er sprake is van een toerekenbare tekortkoming dan onrechtmatige daad), (ii) er een ‘niet zeer kleine kans’ bestaat dat het csqn-verband tussen de geschonden norm en de geleden schade aanwezig is, en (iii) de strekking van de geschonden norm en de aard van de normschending toepassing rechtvaardigen.De Hoge Raad heeft zijn oordeel uit het arrest Fortis/Bourgonje bekrachtigt in de arresten Nationale Nederlanden/moeder en zoon en Deloitte Belastingadviseurs/H&H Beheer. HR 24 december 2010,ECLI:NL:HR:2010:BO1799, NJ 2011/251 (Fortis/De Bourgonje), HR 14 december 2012, LJN BX8349 en HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, r.o. 3.5.3, NJ 2013/237 m.nt. S.D. Lindenbergh (Deloitte Belastingadviseurs/H&H Beheer). Zie tevens: Akkermans & Van Dijk (2012), p. 157 e.v.
Oorspronkelijk leek proportionele aansprakelijkheid alleen aan de orde te zijn bij werkgeversaansprakelijkheid. HR 31 maart 2006, LJN AU6092 (Nefalit/Karamus).
Klaassen (2013), p. 156 e.v.
Zie onder andere: HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1799, NJ 2011/251 (Fortis/De Bourgonje), HR 5 juni 2009, LJN BH2815 (De Treek/Dexia), HR 5 juni 2009, LJN BH2811 (Levob/ Bolle) en HR 5 juni 2009, LJN: BH2822 (Stichting Gedupeerden Spaarconstructie/Aegon), HR 27 november 2009, LJN BH2162 (VEB/World Online); RvdW 2009/1403; JOR 2010/43, m.nt. K. Frielink; ONDR 2012/21, m.nt. H.M. Vletter-van Dort.
Soms komt het voor dat onduidelijk is waardoor schade precies is veroorzaakt. Mogelijk kan het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid dan uitkomst bieden. Proportionele aansprakelijkheid kan aan de orde komen indien sprake is van onzekerheid over het csqn-verband, welke onzekerheid voortkomt uit het feit dat de schade kan zijn veroorzaakt (i) door de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis, of (ii) door een voor risico van de benadeelde komende omstandigheid, of (iii) door een combinatie van beide oorzaken.1 Bij proportionele aansprakelijkheid is sprake van aansprakelijkheid ‘naar rato van veroorzakingswaarschijnlijkheid’.2 Oftewel, de schade wordt verdeeld naar rato van waarschijnlijkheid (kans) dat de gebeurtenis of fout de schade heeft veroorzaakt, in plaats van de schade in zijn geheel voor risico van een van beide partijen te laten komen.3 Wat het leerstuk bijzonder maakt, is dat de rechter schade toewijst zonder dat het csqn-verband vaststaat.4 De grondslag voor proportionele aansprakelijkheid is volgens de Hoge Raad een combinatie van de artikelen 6:99 BW (alternatieve veroorzaking/causaliteit) en 6:101 BW (eigen schuld).5 Het leerstuk van eigen schuld bespreek ik in 5.6.1.
Er is veel geschreven over proportionele aansprakelijkheid, en de meningen zijn sterk verdeeld.6 In het kader van de accountantsaansprakelijkheid is relevant dat uit het arrest Fortis/Bourgonje7 volgt dat de Hoge Raad mogelijkheden ziet voor proportionele aansprakelijkheid van een beroepsbeoefenaar (in casu een bank).8 Het arrest betrof de zorgplicht van de bank en haar waarschuwingsplicht. De Hoge Raad overweegt echter nadrukkelijk dat het leerstuk zeer terughoudend dient te worden toegepast en dat er slechts in uitzonderlijke omstandigheden ruimte voor is. Er zijn de nodige kanttekeningen bij het arrest te plaatsen, zie hierover bijvoorbeeld Klaassen.9 Ik volsta met de volgende beschouwing. De informatie- en waarschuwingsplicht van financiële ondernemingen in verband met beleggingsproducten is veel omvangrijker dan de informatie- en waarschuwingsplicht van accountants10 (zie hierover tevens paragraaf 3.10). De accountant heeft vooral een informatie- en waarschuwingsplicht jegens zijn cliënt en niet jegens derden (zie paragraaf 4.4.4). Daarin verschilt de accountant met financiële ondernemingen. Aangezien het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid bij financiële ondernemingen nog in de kinderschoenen staat, voert het in dit licht te ver om uitvoerig in te gaan op het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid en de positie van de accountant die zijn -veel minder vergaande- informatie- en waarschuwings plicht heeft geschonden. Ik sluit echter niet uit dat een accountant in de toekomst geconfronteerd kan worden met proportionele aansprakelijkheid jegens zijn opdrachtgever bij verzuim van informatie- en/of waarschuwingsplichten. Bij aansprakelijkheid jegens derden zal proportionele aansprakelijkheid mijns inziens (vooralsnog) niet aan de orde zijn. In paragraaf 4.4.4 heb ik namelijk geconcludeerd dat er (vooralsnog) geen sprake is van informatieverplichtingen en een waarschuwingsplicht jegens derden.
Met betrekking tot een schending van de zorgverplichting ‘inzet van deskundigheid’ merk ik op dat op dit moment proportionele aansprakelijkheid aldaar niet aan de orde lijkt te zijn. Mijns inziens rechtvaardigen de strekking van de geschonden norm en de aard van de normschending niet de toepassing van proportionele aansprakelijkheid.