Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/5.6.3
5.6.3 Toelichting op de jurisprudentie
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250329:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Roermond 25 oktober 2006, JOR 2006/289, m.nt. Bartman (Oud papiercentrale/Inalfa), r.o. 4.5, Hof ’s-Hertogenbosch 12 mei 2009, JOR 2009/279, m.nt. Bartman (Oud papiercentrale/Inalfa), r.o. 4.7 en Hof Amsterdam (OK) 23 juli 2014, JOR 2014/233, m.nt. Bartman (Van Lieshout/Koks), r.o. 3.5.
Rb. Roermond 25 oktober 2006, JOR 2006/289, m.nt. Bartman (Oud papiercentrale/Inalfa), r.o. 4.5, waar de rechtbank verwijst naar Beckman & Van Wijngaarden – SDU Commentaar Ondernemingsrecht 2006, art. 2:403 BW, aant. C.4.3.
Hof ’s-Hertogenbosch 12 mei 2009, JOR 2009/279, m.nt. Bartman (Oud papiercentrale/Inalfa), r.o. 4.7.
Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009, JOR 2009/160, m.nt. Bartman (Inalfa), r.o. 4.3.3.
Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009, JOR 2009/160, m.nt. Bartman (Inalfa), r.o. 4.1.4 en Hof ’s-Hertogenbosch 12 mei 2009, JOR 2009/279, m.nt. Bartman (Oud papiercentrale/Inalfa), r.o. 4.1.
Zie Hof Amsterdam (OK) 23 juli 2014, JOR 2014/233, m.nt. Bartman (Van Lieshout/Koks), r.o. 3.5, waar zij verwijst naar Hof Amsterdam 26 juli 2001, JOR 2004/94, m.nt. Bartman (Hemony/Van der Woude), r.o. 4.9.
In de Oud papiercentrale/Inalfa-uitspraken van de Rechtbank Roermond en het Hof ’s-Hertogenbosch en de uitspraak van de OK inzake Van Lieshout/Koks is telkens geoordeeld dat de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring ook aansprakelijk is voor schulden die na de deponering van deze verklaring voortvloeien uit een daarvoor door de 403-maatschappij aangegane duurovereenkomst.1 Uit deze formulering is niet direct op te maken hoe de rechters de temporele reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid zien. Vooral het gebruik van de woorden ‘ook’ en ‘duurovereenkomst’ is verwarrend omdat deze op twee manieren kunnen worden uitgelegd.
Ten eerste zijn de uitspraken zo te lezen dat de rechters uitgaan van het standpunt dat de 403-aansprakelijkheid niet terugwerkt in het verleden, maar dat zij oordelen dat de aansprakelijkheid moet worden uitgebreid zodat deze ook de schulden omvat die na de deponering van de 403-verklaring voortvloeien uit een daarvoor door de 403-maatschappij aangegane duurovereenkomst. Daarnaast is het mogelijk dat de rechters uitgaan van het standpunt dat de 403-aansprakelijkheid onbeperkt terugwerkt in het verleden, en dat zij oordelen dat daaronder ook de schulden vallen die na de deponering van de 403-verklaring voortvloeien uit een daarvoor door de 403-maatschappij aangegane duurovereenkomst.
Mijns inziens is de tweede uitleg van bovenstaande uitspraken juist. Ik wijs daarvoor op drie punten. Ten eerste onderbouwt de Rechtbank Roermond haar oordeel met een verwijzing naar een publicatie van Beckman en Van Wijngaarden.2 In dat stuk betogen de auteurs uitdrukkelijk dat een moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle schulden die uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij voortvloeien en zijn voortgevloeid. In hoger beroep heeft het Hof ’s-Hertogenbosch deze verwijzing weliswaar niet overgenomen, maar zij bevestigt wel het oordeel van de rechtbank.3
Ten tweede wijs ik erop dat het Hof ’s-Hertogenbosch een maand voor bovenstaande uitspraak in een andere zaak expliciet heeft geoordeeld dat de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle schulden die uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij voortvloeien en zijn voortgevloeid.4 Beide arresten van het hof hebben betrekking op dezelfde 403-verklaring van dezelfde moedermaatschappij.5 Het is onwaarschijnlijk dat het hof de 403-aansprakelijkheid in deze uitspraken verschillend heeft uitgelegd.
Tot slot is ook uit het arrest van de OK inzake Van Lieshout/Koks op te maken dat zij ervan uitgaat dat de 403-aansprakelijkheid onbeperkt terugwerkt in het verleden. De OK onderbouwt haar oordeel namelijk met een verwijzing naar een eerdere uitspraak van het Hof Amsterdam, waarin uitdrukkelijk is geoordeeld dat de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor alle schulden die uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij voortvloeien en zijn voortgevloeid.6
Concluderend mag worden aangenomen dat de Rechtbank Roermond, het Hof ’s-Hertogenbosch en de OK uitgaan van het standpunt dat de 403-aansprakelijkheid onbeperkt terugwerkt in het verleden. Dat dit niet direct uit de uitspraken is op te maken, komt vermoedelijk omdat de rechters hun oordelen specifiek hebben willen toespitsen op de schulden die in casu het twistpunt vormden: schulden die na de deponering van de 403-verklaring zijn voortgevloeid uit een daarvoor door de 403-maatschappij aangegane duurovereenkomst.