Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/9.3:9.3 Vertrouwen in het verkiezingsproces
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/9.3
9.3 Vertrouwen in het verkiezingsproces
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947877:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Burkens e.a. 2022, p. 217-218.
Commissie-Korthals Altes 2007, p. 20.
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 25.
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 26. Vergelijk ook EHRM 27 april 2010, ECLI:CE:ECHR:2010:0427JUD000000708 (Tanase/Moldova), par. 179.
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 26-32.
Zie daarover verder par. 15.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vrije en eerlijke verkiezingen zijn een voorwaarde voor de in een democratie benodigde legitimiteit van het overheidsgezag. Voor deze legitimiteit is feitelijke aanvaarding van het overheidsgezag door de bevolking onvoldoende. Vereist is dat het volk vrijwillig met het overheidsgezag instemt.1 In dat kader moet de kiezer erop kunnen vertrouwen dat de verkiezingen eerlijk zijn verlopen. Daartoe is ten eerste adequate waarborging van de zes centrale kiesrechtelijke beginselen zoals zij tot uitdrukking komen in de Code of Good Practice in Electoral Matters – algemeen kiesrecht, gelijk kiesrecht, stemvrijheid, stemgeheim, direct kiesrecht en periodieke verkiezingen – vereist. Alleen als deze beginselen in toereikende mate worden nageleefd, zal de verkiezingsuitslag als legitiem beschouwd worden en zal deze de instemming van de burger met het overheidsgezag kunnen bewerkstelligen. Het uitgangspunt van vertrouwen heeft dan ook een overkoepelend karakter, in die zin dat het waarborgen van de overige uitgangspunten voor een vrij en eerlijk verkiezingsverloop het vertrouwen van de kiezer ten goede komt.
Het belang van vertrouwen reikt echter nog verder dan ‘slechts’ het waarborgen van de overige uitgangspunten. Wanneer, bijvoorbeeld, het stemgeheim objectief gezien naar behoren is gewaarborgd tijdens de stemmingen, maar kiezers niettemin redenen hebben om daaraan te twijfelen, ondergraaft dit wantrouwen de legitimiteit van de verkiezingsuitslag en daarmee die van het overheidsgezag. Ter bewerkstelliging van dit vertrouwen is van belang dat het verkiezingsproces transparant (dus helder van structuur en opzet) is. Daarnaast moet het verkiezingsproces objectief controleerbaar zijn. Het moet mogelijk zijn om na te gaan of de kiesrechtelijke uitgangspunten tijdens de procedure in acht zijn genomen.2 Ook moet gewezen worden op de algemene randvoorwaarden die de Code of Good Practice in Electoral Matters formuleert ter waarborging van de kiesrechtelijke principes. De Code verdeelt deze randvoorwaarden in drie categorieën. Allereerst is van belang dat grondrechten, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering, gerespecteerd worden.3 Op de rol van deze grondrechten in het verkiezingsproces ging paragraaf 2.3 al in. Daarnaast is stabiliteit van wetgeving op kiesrechtelijk gebied van belang. Vaak veranderende regels kunnen verwarring veroorzaken onder kiezers en de indruk van machtsmisbruik wekken. Het kort voor de verkiezingen wijzigen van de regels omtrent het kiesrecht of de verkiezingsprocedure is dan ook problematisch.4 Tot slot moet een aantal procedurele waarborgen in acht worden genomen.5 Verkiezingen moeten door een onafhankelijk orgaan worden georganiseerd, er moet ruimte zijn voor (inter)nationale observatiemissies, tegen schending van de regels omtrent het kiesrecht moet beroep openstaan,6 de organisatie en werkwijze van de stembureaus moet op orde zijn, de financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes moet gereguleerd worden en er moet zijn voorzien in regels omtrent politieoptreden om, indien nodig, de veiligheid bij de stembureaus te waarborgen.