Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/9.4:9.4 Effectiviteit of werkbaarheid van de verkiezingsuitslag
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/9.4
9.4 Effectiviteit of werkbaarheid van de verkiezingsuitslag
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947737:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CDL-AD(2020)032 van de Venice Commission (14 december 2020), Guidelines on political party regulation. Second edition, par. 34.
Zie par. 3.6.
Zie par. 4.5.1.
Zie daarover reeds par. 6.4.
Of de maatregelen geschikt zijn om fractiesplitsingen tegen te gaan, valt te betwijfelen. Zij zullen wel bewerkstelligen dat fractiesplitsers bij een volgende verkiezingsdeelname minder kans op succes hebben, maar zullen volgens mij niet voorkomen dat Kamerleden hun fractie verlaten.
Vgl. Segers & Dassen 2022.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het uitgangspunt van effectiviteit heeft niet zo zeer betrekking op het verkiezingsverloop zelf, als wel op het resultaat ervan. Zoals de verkiezingen een uitslag moeten opleveren waarmee de kiezer, in het kader van de legitimiteit van het overheidsgezag, vrijwillig instemt, zo is het ook zaak dat de verkiezingen een ‘werkbare’ uitslag opleveren, in de vorm van een parlement dat berekend is op zijn taak als volksvertegenwoordiging en medewetgever.1 Parlementaire versplintering kan deze ‘werkbaarheid’ onder druk zetten. Deze versplintering bemoeilijkt het creëren van meerderheden en kan effectieve besluitvorming frustreren. In herinnering zij geroepen dat het kiesrecht als grondrecht niet alleen een individuele, maar ook een institutionele functie heeft.2 Deze institutionele functie – kiezers bepalen door wie zij vertegenwoordigd willen worden – brengt met zich dat de verkiezingen zodanig moeten verlopen dat het kiesrecht deze institutionele functie naar behoren kan vervullen.
Deze ‘werkbaarheid’, ofwel het tegengaan van versplintering, kan langs twee wegen bevorderd worden. Ten eerste kan dat gebeuren met verkiezingsregulering, bijvoorbeeld door het kiesstelsel zodanig vorm te geven dat de verkiezingen een ‘werkbare’ uitslag opleveren. Het Nederlandse kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging, dat bovendien geen wettelijke kiesdrempel kent, werkt versplintering in de hand.3 De introductie van kiesdistricten of van een kiesdrempel zou deze versplintering kunnen tegengaan. Van dergelijke maatregelen heeft de (grond)wetgever echter, zoals in hoofdstuk 4 duidelijk werd, tot nu toe steeds afgezien. Ook kan versplintering wellicht worden tegengegaan door de drempels voor verkiezingsdeelname te verhogen. Deze drempels worden gevormd door het vereiste aantal ondersteuningsverklaringen dat indieners van kandidatenlijsten moeten overleggen en de waarborgsom die indieners moeten betalen.4 In haar in 2018 verschenen eindrapport toonde de Staatscommissie-Remkes zich voorstander van deze maatregelen in het kader van het tegengaan van versplintering en het ontmoedigen van fractiesplitsingen.5
Ten tweede kunnen ook andersoortige maatregelen dan verkiezingsregulering eraan bijdragen dat het parlement berust is op zijn taak. Men denke aan het beperken van de spreektijd en personele ondersteuning van afsplitsers, maatregelen die afsplitsingen minder aantrekkelijk moeten maken.6 Een rigoureuzere optie is een uitbreiding van het aantal Tweede Kamerleden, van 150 naar bijvoorbeeld 200. Met deze uitbreiding zou het parlement beter in staat zijn om zijn wetgevende taak te vervullen en de regering te controleren, zo is de gedachte achter dit voorstel.7