Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.5.2:4.5.2 Roerende zaken die aan verschillende eigenaars toebehoren
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.5.2
4.5.2 Roerende zaken die aan verschillende eigenaars toebehoren
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644985:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verstijlen & Verheul (2016), p. 133.
HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192, r.o. 3.7.2, (Zalco/Glencore).
HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192 (Zalco/Glencore).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens art. 5:15 BW zijn de regels van natrekking van toepassing als roerende zaken die “aan verschillende eigenaars toebehoren” zich door vermenging tot een zaak verenigen. Het artikel wekt zo ten onrechte de indruk dat de regels niet van toepassing zijn als verschillende zaken worden vermengd die toebehoren aan één en dezelfde eigenaar. In deel 3 over het OBW is al vermeld dat ook van natrekking en vermenging sprake is, als twee zaken van dezelfde eigenaar worden samengevoegd. Doorgaans zal zo’n geval geen problemen opleveren. Iemand die 5 liter aan hem toebehorende benzine giet in een tank waarin al 10 liter benzine zit die aan hem toebehoren, ondervindt geen nadeel van de vermenging. Weliswaar is na de samenvoeging sprake van één zaak, namelijk 15 liter benzine, maar er is geen sprake van een vermogensverlies.
Is dit anders als een pandrecht rust op de 5 liter benzine ten behoeve van een ander? Is art. 5:15 BW niet van toepassing omdat de eigenaar van de twee hoeveelheden benzine dezelfde is? Heeft de pandhouder in dit geval pech, terwijl hij in een soortgelijk geval een pandrecht had verkregen als hij van één van de twee hoeveelheden eigenaar was? Nee. Art. 5:15 BW is immers ook van toepassing wanneer de zaken toebehoren aan één eigenaar. Het artikel regelt in algemene zin de eigendomstoewijzing als sprake is van vermenging. Door het eigendomsrecht op de oorspronkelijke zaak verkrijgt de eigenaar een aandeel in de eigendom van de eenheidszaak. Deze regel is eveneens van toepassing op de beperkte rechten, die immers uit het eigendomsrecht zijn afgeleid; wat voor het eigendomsrecht geldt, geldt (in beginsel) ook voor deze rechten.1 Als de vermengde zaken zijn bezwaard, dan velt art. 5:15 BW en derhalve art. 5:14 BW een oordeel over het lot van deze rechten, ongeacht of de zaken aan dezelfde eigenaar toebehoorden. Hetzelfde geldt als zaken van dezelfde eigenaar worden nagetrokken. De woorden “die aan verschillende eigenaars toebehoren” kunnen worden geschrapt. De Hoge Raad lijkt het hiermee eens te zijn:
“De genoemde bepalingen [art. 5:14 en 5:15 BW, toevoeging JCTF] zijn van toepassing in gevallen waarin de vraag aan de orde is of een pandrecht op een zaak door vermenging is komen te vervallen, ongeacht of de bij de vermenging betrokken zaken aan verschillende eigenaars toebehoren.”2
Deze passage komt uit het Zalco-arrest.3 Met dat arrest zorgde de Hoge Raad in goederenrechtelijk Nederland voor opschudding.