De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.2.2:9.2.2 De kosten van het onderzoek
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/9.2.2
9.2.2 De kosten van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652235:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kosten van het onderzoek worden gevormd door het honorarium van de onderzoeker (par. 2.4.2) en de onkosten van de onderzoeker (par. 2.4.3). De onderzoeker heeft enkel recht op een honorarium voor de taak die hij verricht als onderzoeker. Zijn kerntaak is het verrichten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon (par. 2.2). Buiten deze taak gemaakte kosten komen naar mijn mening in beginsel niet als kosten van het onderzoek voor vergoeding in aanmerking. Zo komen gemaakte kosten voor bemiddeling (par. 2.4.2.2.2) en het optreden als bindend adviseur (par. 2.4.2.2.3) niet in aanmerking voor vergoeding als kosten van het onderzoek, nu bemiddeling en het optreden als bindend adviseur niet bijdragen aan het onderzoek, en daarmee ook anderszins onvoldoende verband houden. De vergoeding van dergelijke kosten zou naar mijn opvatting buiten het enquêterecht om moeten worden geregeld. Anders is dat bijvoorbeeld voor de kosten die de onderzoeker maakt bij het nagaan of de kosten van het onderzoek kunnen worden gefinancierd door de geënquêteerde rechtspersoon (par. 2.4.2.2.1).
Als honorarium van de onderzoeker komen verder in aanmerking (voorbereidings)kosten gemaakt als gevolg van werkzaamheden met betrekking tot verzoeken gericht tot de Ondernemingskamer of raadsheer-commissaris (par. 2.4.2.4). Ook na deponering van het onderzoeksverslag kan de onderzoeker werkzaamheden verrichten ten behoeve van het onderzoek die als kosten van het onderzoek voor vergoeding in aanmerking komen (par. 2.4.2.5). Als onkosten van de onderzoeker komen voor vergoeding in aanmerking: reiskosten en verblijfkosten, kantoorkosten, kosten van inschakeling van derden, vergoedingen voor deelname aan interviews, vergoedingen voor getuigenverhoren door de Ondernemingskamer en kosten van verweer als de onderzoeker wordt bedreigd met aansprakelijkstelling of aansprakelijk wordt gesteld (par. 2.4.3).
De Ondernemingskamer heeft mede tot taak erop toe te zien dat de kosten van het onderzoek binnen redelijke grenzen blijven. Zij vat haar taak dienaangaande mijns inziens te beperkt op. Verbetering behoeven naar mijn mening de volgende zaken.
De Ondernemingskamer pleegt in de praktijk enkel het (totale) onderzoeksbudget vast te stellen. Over het uurtarief van de onderzoeker en toegestane te maken onkosten bepaalt de Ondernemingskamer doorgaans niets. Mijns inziens zou het niet de onderzoeker moeten zijn die zijn eigen uurtarief bepaalt: de Ondernemingskamer moet de onderzoeker een maximum in rekening te brengen uurtarief opleggen bij het bepalen van het onderzoeksbudget. Daarbij kan de Ondernemingskamer aansluiting zoeken bij de Recofa-richtlijnen en gebruikmaken van een standaard basisuurtarief, gecorrigeerd door een ervaringsfactor van de onderzoeker. Hoe meer ervaring de onderzoeker heeft als onderzoeker in de enquêteprocedure, hoe hoger de ervaringsfactor en hoe hoger daarmee het uurtarief en honorarium (par. 2.4.2.3). De Ondernemingskamer doet er verder goed aan ook voor door de onderzoeker aangezochte hulppersonen een standaard uurtarief vast te stellen, afgeleid van een standaard uurtarief voor de onderzoeker (par. 2.4.3.4.2).
Een goede ontwikkeling is dat de gebruikmaking van een begroting de laatste jaren staande praktijk is geworden, alvorens de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget vaststelt (par. 2.5.2.1). In aanvulling hierop meen ik dat de Ondernemingskamer de onderzoeker bij toewijzing van het enquêteverzoek een beperkt budget zou moeten toekennen, dat dient om de begroting en het plan van aanpak op te stellen. Op die manier wordt voorkomen dat de onderzoeker onverhaalbare kosten maakt voor het opstellen van de begroting en het plan van aanpak. Voor die kosten moet de rechtspersoon of kan een directe financier dan ook reeds zekerheid stellen. Op basis van de begroting kan de onderzoeker vervolgens een verhoging van het onderzoeksbudget verzoeken, en kan met partijen een debat plaatsvinden over de begroting, het plan van aanpak en de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget (par. 2.5.2.3.4).
Blijkt het vastgestelde onderzoeksbudget onvoldoende, dan is een verhoging hiervan noodzakelijk. Een verhoging kan enkel worden verzocht door de onderzoeker, die zijn verzoek dient te voorzien van een specificatie met een overzicht van de reeds verrichte werkzaamheden en naar verwachting nog te verrichten werkzaamheden. Uitgangspunt moet naar mijn mening zijn dat de onderzoeker een verhoging van het onderzoeksbudget verzoekt, wanneer hem voldoende duidelijk is dat het eerder vastgestelde onderzoeksbudget niet toereikend is. De Ondernemingskamer zou zich ook een strengere houding moeten aanmeten als het aankomt op de beoordeling van (te) laat verzochte verhogingen (par. 2.6.2). Dat geldt mijns inziens eveneens voor handelen in strijd met de toezegging van de onderzoeker de kosten van het onderzoek te beperken (par. 2.6.4.4). De Ondernemingskamer moet mijns inziens een brede kring van personen horen bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget, bestaande uit de enquêteverzoeker, de onderzoeker en de geënquêteerde rechtspersoon, alsmede die personen die op basis van het voorlopig oordeel van de onderzoeker het beleid of de gang van zaken van de rechtspersoon als bestuurder, commissaris of ander in dienst van de rechtspersoon bepalen of hebben bepaald (par. 2.6.3.2). Verder moet de Ondernemingskamer een mondelinge behandeling gelasten, indien deze partijen bezwaren formuleren tegen het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget of niet reageren op de uitnodiging schriftelijk te reageren op het verzoek (par. 2.6.3.3). Diezelfde werkwijze past mijns inziens bij het vaststellen van het onderzoeksbudget (par. 2.5.2.3.5) en het vaststellen van de kosten van het onderzoek (par. 2.8.3.3).
Gelast de Ondernemingskamer een enquête of verhoogt zij het onderzoeksbudget, dan beveelt zij vrijwel standaard dat de rechtspersoon zekerheid moet stellen voor de betaling van de kosten van het onderzoek. De Ondernemingskamer laat het doorgaans aan de rechtspersoon de wijze van zekerheidstelling te bepalen. Ook een ander dan de rechtspersoon kan hier vrijwillig toe overgaan. Het past mijns inziens beter bij de taak van de Ondernemingskamer erop toe te zien dat de kosten van het onderzoek binnen redelijke grenzen blijven het beheer van het onderzoeksbudget ook bij de Ondernemingskamer te leggen. Het zou de rechtspersoon – of een directe financier die vrijwillig de kosten van het onderzoek financiert – in een dergelijk systeem moeten worden verplicht het onderzoeksbudget bij wijze van voorschot in depot bij de griffie van het Hof Amsterdam te storten. Geschillen over de te stellen zekerheid kunnen daarmee worden voorkomen, en de rechtspersoon of een directe financier loopt dan niet langer het insolventierisico van de onderzoeker (par. 2.7.4).
In een dergelijk systeem zou de Ondernemingskamer ook moeten werken met deelvaststellingen van de kosten van het onderzoek. De Ondernemingskamer gaat nu steeds over tot de vaststelling van de kosten van het onderzoek na deponering van het onderzoeksverslag. Zou de Ondernemingskamer slechts overgaan tot een voorlopige (deel)vaststelling van de kosten van het onderzoek, dan wordt de onderzoeker de mogelijkheid geboden een verhoging van het onderzoeksbudget te verzoeken na deponering van het onderzoeksverslag. Onvoorziene kosten die de onderzoeker na deponering van het onderzoeksverslag maakt, kunnen dan ook worden vergoed (par. 2.6.2 en par. 2.8.4).
Ik pleit tot slot voor een tussentijdse rekening- en verantwoordingsplicht voor de onderzoeker ten aanzien van de kosten van het onderzoek. Als aan de Ondernemingskamer het beheer van de onderzoeksgelden wordt gelaten en de onderzoeker wordt verplicht iedere drie maanden rekening en verantwoording af te leggen, dan kan de Ondernemingskamer steeds de declaraties van de onderzoeker voldoen wanneer de onderzoeker rekening en verantwoording aflegt. Op die manier wordt ook beter toezicht uitgeoefend op het verloop van de kosten van het onderzoek (par. 2.10).