Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.9.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.9.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS604183:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1995/96, 24 761, nr. 3, p. 11 en 12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inkomen uit aanmerkelijk belang vormt een afzonderlijke bron van inkomen. Natuurlijke personen die aandelenpakketten bezitten, kunnen ter zake van deze aandelen in box 1, box 2 of box 3 worden belast. Vanwege de verschillen in tariefstructuur en heffingsgrondslag tussen de boxen is het voor de belastingheffing van belang tot welke box een aandelenpakket wordt gerekend. Indien de aandelen tot het ondernemingsvermogen behoren, of indien sprake is van het hiervoor genoemde ‘grootkoopmanschap’, vindt de heffing plaats op basis van de regels van box 1. In andere gevallen moet onderscheid worden gemaakt op basis van de omvang van de aandelenpakketten. Indien het pakket – kort gezegd – minder dan 5% van het geplaatste kapitaal omvat, wordt het in de vermogensrendementsheffing van box 3 betrokken. Bij een bezit van ten minste 5% van het geplaatste kapitaal is sprake van een ‘aanmerkelijk belang’. In dat geval zijn de regels van box 2 van toepassing. Ook aan dit begrip ‘aanmerkelijk belang’ ken ik in dit verband een operationaliseringsfunctie toe.
De wetgever heeft met de aanmerkelijkbelangregeling onderscheid willen maken tussen een aandeelhouder/belegger en een aandeelhouder/ondernemer.1 Daarbij is de grens tussen beiden gelegd bij een bezit van 5% van het geplaatste kapitaal. De aandeelhouder/belegger is vaak alleen geïnteresseerd in de beleggingsopbrengsten, maar een aandeelhouder/ondernemer heeft in verband met de interesse voor de onderneming zelf ook kenmerken van een ‘ondernemer’. Dit rechtvaardigt volgens de wetgever een afzonderlijke behandeling voor de inkomstenbelasting. Die behandeling komt erop neer dat de aanmerkelijkbelanghouder die zijn onderneming in de vorm van een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal drijft, met een min of meer vergelijkbare belastingdruk wordt geconfronteerd als de ondernemer die zijn onderneming in de vorm van een eenmanszaak drijft.