Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.2.3:21.2.3 Conclusie
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/21.2.3
21.2.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488444:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat in de visie van de wetgever:
een muur niet van hout is;1
een muur niet gelijk is aan een heining. Palen, gaas en draad, schuttingen en hekken vormen derhalve geen muur;
een muur met een afsluitende functie veelal ondoorzichtig zal zijn;
een muur een steunende en/of dragende functie kan hebben en dan dus van stevig materiaal gemaakt dient te zijn;
een muur veelal een bepaalde dikte zal hebben.
Ten aanzien van de materialen waarvan de muur is gemaakt wordt door de wetgever geen keuze gemaakt. In de tijd waarin de wet tot stand kwam zullen de gedachten zijn uitgegaan naar werken van bakstenen met cement.
Ten slotte wil ik nog de opvatting van Opzoomer vermelden.
Hij2 wenst onder een muur te verstaan alles wat tot afscheiding dient:
‘het moge dus een muur zijn, een heining of wat men maar wil.’
Het begrip ‘muur’ van Opzoomer is derhalve aanmerkelijk ruimer dan het uit de wet te destilleren begrip ‘muur’.