Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.1:8.1 Inleiding
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS393984:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de deelnemingsvrijstelling in Nederland en Duitsland. In hoofdstuk 8.2 behandel ik de Nederlandse deelnemingsvrijstelling. Ik begin in hoofdstuk 8.2.1 en 8.2.2 met de historische ontwikkeling en ratio. De huidige voorwaarden voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling behandel ik in hoofdstuk 8.2.3 en het begrip voordelen uit hoofde van de deelneming in hoofdstuk 8.2.4. In hoofdstuk 8.2.5 zal ik ingaan op het leerstuk van compartimentering in de deelnemingsvrijstelling. Dit leerstuk kreeg de afgelopen jaren volop de aandacht, omdat – na een in de ogen van de staatssecretaris onwenselijk arrest van de Hoge Raad - de Nederlandse wetgever besloot om compartimentering wettelijk te regelen. Naar aanleiding van deze uiteenzetting behandel ik in hoofdstuk 8.2.6 de mijns inziens meest relevante discussiepunten in Nederland, zijnde de discussie rondom de rechtsgrondslag van de deelnemingsvrijstelling en toepassing van de gedetailleerde wettelijke invulling van de compartimenteringsleer. Deze discussiepunten analyseer ik in het licht van mijn in hoofdstuk 1.3.2.4 opgestelde toetsingskader. Ook Duitsland kent het leerstuk van de deelnemingsvrijstelling. In hoofdstuk 8.3 behandel ik de deelnemingsvrijstelling (ook wel Schachtelprivileg genoemd) in de Körperschaftsteuer. Daar waar relevant, zal ik ook ingaan op de deelnemingsvrijstelling in de Gewerbesteuer. Bij de behandeling van het Duitse deelnemingsvrijstellingsregime zal in principe eenzelfde paragraafindeling worden gehanteerd als bij de Nederlandse uiteenzetting. Het onderzoek naar de systematiek en invulling van de deelnemingsvrijstelling en compartimenteringsleer in Duitsland heeft als doel om een analyse te kunnen maken hoe Duitsland met de in hoofdstuk 8.2.6 benoemde (Nederlandse) discussiepunten omgaat en of aldaar rechtsregels of ontwikkelingen ten aanzien van deze discussiepunten aanbevelenswaardig voor Nederland zouden kunnen zijn. Dit toets ik wederom aan de hand van mijn in hoofdstuk 1.3.2.4 opgestelde toetsingskader. In dit hoofdstuk zal ik verder niet of nauwelijks ingaan op de samenloop van de deelnemingsvrijstelling met andere leerstukken (zoals fusie en splitsing of het fiscale eenheidsregime). Ook zal ik niet expliciet ingaan op vaste inrichting problematiek of voorkoming van dubbele belasting onder verdragen (verdragsbeleid) in beide landen.
Bij de toepassing van de deelnemingsvrijstelling is niet alleen het Nederlandse en/of Duitse nationaal recht van belang. In beide landen moet de regelgeving omtrent de deelnemingsvrijstelling in overeenstemming zijn met de op 23 juli 1990 door de Europese lidstaten aangenomen Moeder-dochterrichtlijn (EG-richtlijn 90/435/ EEG). Vandaar dat ik hieronder in het kort de historie en ratio van de Moeder-dochterrichtlijn weergeef.
8.1.1 Moeder-dochterrichtlijn