FED 2021/5
Inschrijving van de huurder in de basisregistratie personen is een voorwaarde voor toepassing van de kamerverhuurvrijstelling.
HR 06-11-2020, ECLI:NL:HR:2020:1741, m.nt. dr. L.W.D. Wijtvliet
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 november 2020
- Magistraten
Mrs. Koopman, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren, Cools; A-G Niessen
- Zaaknummer
20/01752
- Noot
dr. L.W.D. Wijtvliet
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS249119:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1741, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:808, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑09‑2020
- Wetingang
Art. 3.113, 3.114 Wet IB 2001
Essentie
Inschrijving van de huurder in de basisregistratie personen is een voorwaarde voor toepassing van de kamerverhuurvrijstelling.
Samenvatting
Belanghebbende heeft gedurende verschillende periodes van het jaar 2016 een gedeelte van haar eigen woning verhuurd via Airbnb. Bij het vaststellen van de navorderingsaanslag heeft de inspecteur 70% van de huurinkomsten belast als voordelen uit het tijdelijk ter beschikking stellen van de eigen woning als bedoeld in artikel 3.113 Wet IB 2001.
Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende voor de huurinkomsten een beroep kan doen op de kamerverhuurvrijstelling van artikel 3.114 Wet IB 2001. Volgens het Hof heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.