Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/5.1
Paragraaf 5.1 Inleiding
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS390632:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Dit blijkt onder andere uit de jurisprudentie over zaken waarin overeenkomsten in geschil zijn waarbij een VOF als zodanig partij is. Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 16 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4389 over een huurovereenkomst waarin niet de vennoten, maar de VOF als huurder was aangemerkt.
HR 8 april 1937, NJ 1937/640. In HR 21 februari 1950, NJ 1950/603 oordeelde de Hoge Raad hetzelfde ten aanzien van de CV: de werknemers zijn in dienst van de beherende vennoten. En in HR 30 januari 1925, NJ 1925, p. 391 (Poolsch-Hollandsche HandelssociëteitI): krachtens overeenkomst tussen een maatschap en een derde kunnen alleen rechtsbetrekkingen tussen haar leden en de derde ontstaan, omdat de maatschap geen rechtspersoon is.
In contracten wordt de VOF vaak ‘als zodanig’ als partij vermeld; de overeenkomst wordt dan aangegaan in naam van de VOF enerzijds en haar wederpartij anderzijds.1 Omdat een VOF geen rechtspersoon is en niet met een natuurlijk persoon gelijk staat wat het vermogensrecht betreft, kan zij niet als zodanig, dus als rechtssubject, rechten en verplichtingen aangaan. Dit oordeelde de Hoge Raad expliciet in 1937:2
‘dat toch een vennootschap onder firma niet is een afzonderlijke rechtspersoon, doch is de benaming van hare gezamenlijke leden in hun vennootschappelijk verband, welke leden de dragers van de rechten en verplichtingen der handelsvennootschap zijn; dat mitsdien degeen, die in dienst heet te zijn van een vennootschap onder firma, in werkelijkheid in dienst is van ieder der vennooten’.
Wat nu zijn de rechtsgevolgen van het gegeven dat niet de VOF, maar haar vennoten contractspartij zijn: blijft een vennoot na zijn uittreden partij; heeft de ontbinding van de VOF gevolgen voor de (inhoud en omvang van de) overeenkomst met de derde; kwalificeert de overeenkomst als meerpartijenovereenkomst (want minimaal twee vennoten en een wederpartij)? Dit zijn enkele van de vragen die ik hierna in paragraaf 2 zal beantwoorden. In paragraaf 3 behandel ik de aansprakelijkheid van uittredende en toetredende vennoten voor verbintenissen van de VOF. Ik ga daarbij ook kort in op de aansprakelijkheidsregels zoals deze gelden voor de Duitse OHG en de Belgische VOF. Ik sluit dit hoofdstuk in paragraaf 4 af met een conclusie en aanbevelingen.