Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/3.1:3.1 Inleiding
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS496617:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk analyseer ik de btw-positie van de leverancier bij niet-betaling in het Unierecht. Dit hoofdstuk dient ter beantwoording van de in paragraaf 1.3 geformuleerde deelvraag a (bezien vanuit de leverancier). Ik memoreer:
Welke btw-gevolgen verbindt het Unierecht aan niet-betaling en hoe verhouden deze zich tot het rechtskarakter van de btw?
De gevolgen van niet-betaling worden geregeld in art. 90 Btw-richtlijn, dat de herziening van de maatstaf van heffing centraal stelt. Deze bepaling luidt:
In geval van annulering, verbreking, ontbinding of gehele of gedeeltelijke niet-betaling, of in geval van prijsvermindering nadat de handeling is verricht, wordt de maatstaf van heffing dienovereenkomstig verlaagd onder de voorwaarden die door de lidstaten worden vastgesteld.
In geval van gehele of gedeeltelijke niet-betaling kunnen de lidstaten van lid 1 afwijken.”
Voor een goed begrip van deze regeling en de beantwoording van de onderzoeksvraag is het allereerst relevant om stil te staan bij de achtergrond van de bepaling. Dit doe ik in paragraaf 3.2. Vervolgens zal ik art. 90 Btw-richtlijn ontleden (paragraaf 3.3). Daarbij is het zaak de categorie ‘niet-betaling’ van de overige in art. 90 lid 1 Btw-richtlijn genoemde categorieën te onderscheiden. In het verlengde daarvan zal ik tevens ingaan op de systematiek (de verlaging van de maatstaf van heffing) en de voorwaarden die lidstaten overeenkomstig het eerste lid mogen vaststellen. Afzonderlijke aandacht verdient de afwijkingsbevoegdheid van art. 90 lid 2 Btw-richtlijn. Bij de bespreking van de inhoud van art. 90 Btw-richtlijn kan rechtspraak van het HvJ niet onbesproken blijven. Dit vormt een belangrijk onderdeel, in het bijzonder daar waar het de uitleg van bedoelde bepaling betreft. Paragraaf 3.4 staat in het teken van de verhouding tussen het Unierecht en het rechtskarakter van de btw. Ik vat dit hoofdstuk samen en rond af in paragraaf 3.5.