25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.5.1:61.5.1 Rechtskarakter van toezichtshandelingen
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.5.1
61.5.1 Rechtskarakter van toezichtshandelingen
Documentgegevens:
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1993–1994, 23700, 3, p. 142, zie ook Kamerstukken II 1994/95, 23700, 5, p. 51-55.
ABRvS 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3208.
ABRvS 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:199, JB 2013/168.
Handelingen II d.d. 31 januari 1996, 49-3636 en 49-3664.
CBb 21 juli 1998, ECLI:NL:CBB:1998:ZF3595, AB 1998/437 m.nt. Van der Veen; CBb 2 maart 1999, ECLI:NL:CBB:1999:AA3409, AB 1999/168 m.nt. Van der Veen; Rb. Rotterdam 10 januari 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC2987, AB 2008/122, m.nt. Jansen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de parlementaire behandeling van titel 5.2 Awb is gesteld dat bij toezichthandelingen sprake is van feitelijk handelen.1 Uit de jurisprudentie van het CBb en de ABRvS blijkt ook dat toezichtshandelingen niet als besluit gekwalificeerd worden. Zo werd de (schriftelijke) aankondiging van een kantoorbezoek waarbij tevens om inzage van dossier werd verzocht, als feitelijk handelen aangemerkt.2 Hetzelfde gold voor de aankondiging van een uit te voeren controle in een bedrijfsgebouw waarbij de mededeling werd gedaan dat de toezichthouder, wanneer geen toegang tot het gebouw zou worden verschaft, zich zo nodig met behulp van de sterke arm toegang zou verschaffen.3 Ook de schriftelijke inlichtingenvordering wordt – in tegenstelling tot hetgeen bij de mondelinge behandeling in de Tweede Kamer werd geopperd4 – niet als besluit aangemerkt.5 Het gevolg hiervan is dat de burgerlijke rechter bevoegd is om de rechtmatigheid van het toezichtshandelen te beoordelen. Daarnaast kan de rechtmatigheid van feitelijk toezichtshandelen aan de orde worden gesteld in beroep tegen een besluit waarmee de medewerkingsplicht wordt afgedwongen (vooralsnog slechts op grond van een bijzondere wet, zie hiervoor) of een handhavingsbesluit dat volgt op een bij het toezicht geconstateerde overtreding.