Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.14
2.1.14 §97 BGB: hulpzaken
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644801:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
§97 1 BGB: “Zubehör sind bewegliche Sachen, die, ohne Bestandteile der Hauptsache zu sein, dem wirtschaftlichen Zwecke der Hauptsache zu dienen bestimmt sind und zu ihr in einem dieser Bestimmung entsprechenden räumlichen Verhältnis stehen. Eine Sache ist nicht Zubehör, wenn sie im Verkehr nicht als Zubehör angesehen wird. 2: Die vorübergehende Benutzung einer Sache für den wirtschaftlichen Zweck einer anderen begründet nicht die Zubehöreigenschaft. Die vorübergehende Trennung eines Zubehörstücks von der Hauptsache hebt die Zubehöreigenschaft nicht auf.”
MüKoBGB/Stresemann BGB §97, Rn. 15-29. Palandt/Ellenberger BGB §97, p. 75; Baur/Stürner (2009), p. 16.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §97 Rn 22.
OLG Frankfurt/M., 7.4. 1981; NJW 1982, 653, 654; Schlimpert (2015), p. 87. Staudinger/Stieper (2021) BGB §97 Rn 5; Palandt/Ellenberger BGB §97, p. 75.
OLG Köln NJW 1961, 461: “Unbeachtlich für die Zubehöreigenschaft nach §97 Abs. 1 BGB ist, daß die Anlage als unwesentlicher Bestandteil des öffentlichen Fernsprechnetzes anzusehen sein dürfte”; MüKoBGB/Stresemann BGB §97 Rn. 6-7; Staudinger/Stieper (2021) BGB §97, Rn 5.
MüKoBGB/Stresemann BGB §97, Rn. 6-7.
Zie hieronder §2.1.16.
Naast de wezenlijke, onwezenlijke en de schijnbestanddelen noemt §97 BGB de categorie hulpzaken (Zubehör).1 Een hulpzaak is volgens §97 BGB een zelfstandige roerende zaak, die in relatie staat tot een andere zaak, doordat zij het economische doel van die zaak dient en in een ruimtelijke verhouding tot haar staat. Zo vervult zij, de hulpzaak, haar bestemming.2 Dat zij in een ruimtelijke verhouding staat tot een andere zaak, betekent niet dat de zaken met elkaar lichamelijk (körperlich) zijn verbonden.3 Hier onderscheidt de hulpzaak zich van de (on)wezenlijke bestanddelen. Waar de bestanddelen de samengestelde zaak complementeren, ondersteunt de hulpzaak slechts de economische bestemming van de zaak.4 Vandaar dat een zaak niet én hulpzaak én bestanddeel kan zijn van één zaak. Wel is het mogelijk dat een onwezenlijk bestanddeel van de ene zaak een hulpzaak is van een andere zaak. Zo is een telefooninstallatie beoordeeld als een hulpzaak van een fabrieksgebouw én een onwezenlijk bestanddeel van het telefoonnetwerk.5 Ook is het mogelijk dat een schijnbestanddeel van de ene zaak een hulpzaak is van een andere. Als een machine, die het economische doel van een fabriek dient, niet in de fabriek zelf staat, maar (tijdelijk) in een ander gebouw is geplaatst en daarvan een schijnbestanddeel is, dan kan zij nog steeds een hulpzaak zijn van de fabriek.6 Is zij een hulpzaak, dan kan dat zakenrechtelijke gevolgen hebben.7