Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/8.6:8.6 Het onredelijk bezwarende beding in het huurrecht; ruimte versus onzekerheid
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/8.6
8.6 Het onredelijk bezwarende beding in het huurrecht; ruimte versus onzekerheid
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS494986:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het werkingsgebied van de open norm ‘onredelijk bezwarend beding’ is beperkt. Het is uitsluitend van toepassing op algemene voorwaarden en enkel consumenten en kleine ondernemingen kunnen een beroep op de open norm doen.
Er rust bij partijen geen ruimte om de open norm zelf in te vullen (te sluiten), zij zouden er alleen voor kunnen zorgen dat de open norm niet van toepassing is door weg te blijven van algemene voorwaarden. In de praktijk zijn algemene bepalingen bij huurovereenkomsten (veelal volgens het model van de ) echter de standaard. Uit de respons op het indicatieve onderzoek door middel van de enquête blijkt dat de partijen lang niet altijd de algemene bepalingen bij het sluiten van een overeenkomst lezen. Er wordt ook lang niet altijd onderhandeld over de algemene bepalingen.
De norm ‘onredelijk bezwarend beding’ is gesloten, waar het de ‘zwarte lijst’ in artikel 6:236 BW betreft. De grijze lijst in artikel 6:237 BW en de blauwe lijst die is opgenomen als bijlage bij de Richtlijn 1993/13/EEG inzake oneerlijke bedingen, sluiten de norm grotendeels door het sterke bewijsvermoeden. Komt een beding dat mogelijk onredelijk bezwarend is niet op deze lijsten voor, of is de contractant geen consument, maar valt hij op grond van artikel 6:235 BW niet buiten de werkingssfeer van artikel 6:231 e.v. BW, dan kan de rechter toetsen aan de open norm. De rechter komt in dat geval veel ruimte toe, omdat onder meer rekening gehouden kan worden met de omstandigheden van het geval.
In bepaalde gevallen moet de rechter ambtshalve toetsen aan de Richtlijn Oneerlijke bedingen, namelijk (kort gezegd) indien de huurder valt onder de bescherming van de voornoemde richtlijn (het is een consument) en de rechter op grond van de nationale regels ambtshalve aan de regels van de openbare orde mag toetsen. Deze verplichte ambtshalve toetsing aan de voornoemde richtlijn is weliswaar een inperking van de vrijheid van de rechter (zij het een geringe inperking, omdat de rechter ook de voorliggende kwestie aan de norm toetst als een van beide partijen zich daarop beroept), maar het betreft geen beperking van de ruimte van de rechter. Het wijzigt immers niets aan de ruimte die de open norm al dan niet biedt.
Dat de ruimte van partijen (volgens de definitie in dit proefschrift, te weten de vrijheid om afspraken te maken die niet worden aangetast) wordt ingeperkt, wil niet zeggen dat de huurder geen belang heeft bij het ingrijpen door de rechter.
Ook voor deze norm geldt dat de rechter bijdraagt aan de rechtszekerheid indien hij inzicht geeft in zijn afwegingen en binnen gestelde kaders blijft. Treedt hij daarbuiten, bijvoorbeeld door reflexwerking toe te kennen en daarmee het werkingsgebied van de open norm te verruimen, dan is sprake van rechtsonzekerheid.