Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/7.4.2.3.2
7.4.2.3.2 Toelichting en rechtvaardiging
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972059:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Tjong Tjing Tai (diss.) 2006, p. 146 e.v.
Zie ook De Jongh 2022, p. 29, waar wordt verwezen naar de wens van de Ondernemingskamer om rechtsbescherming te bieden aan aandeelhouders die geen directe connectie met het bestuur hebben; en HR 1 maart 2002, NJ 2002/296 m.nt. J.M.M. Maeijer (Zwagerman). Vgl. bijvoorbeeld ook Suetens-Bourgois (diss.) 1969, p. 374-375, die informatieverstrekking plaatst in de sleutel van bescherming van minderheidsaandeelhouder. Zie in het kader van geschillen tussen meerderheids- en minderheidsaandeelhouders Lennarts 2023, p. 114 e.v. Vgl. Hof Amsterdam (OK) 16 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1399 (Shoelab), r.o. 3.14, waarin een van de drie aandeelhouders, die ieder een derde van de aandelen hielden, als gevolg van een geschil met zijn medeaandeelhouders de facto minderheidsaandeelhouder werd en als zodanig bepaalde bescherming genoot.
Timmerman 2008.
Vgl. Hof Amsterdam (OK) 4 oktober 2017, ARO 2018/25 (Teka), r.o. 4.27, waarin de ernst van de op zichzelf genomen onzorgvuldige informatieverstrekking werd genuanceerd door de professionaliteit van de ‘benadeelde’ aandeelhouder.
Zie par. 3.3.2 en 3.4 hiervoor.
Zie par. 4.4 hiervoor.
Afhankelijkheid is een relevant gezichtspunt bij de vraag of een (buitencontractuele) zorgplicht ontstaat.1 De zorgplicht waaruit een informatierecht kan ontstaan dient (mede) ter compensatie van, althans bescherming tegen, ongelijkheid die bestaat tussen aandeelhouders onderling en/of jegens de vennootschap.2 Een aandeelhouder die beter in staat is om zijn eigen belangen te behartigen, heeft minder belang bij een dergelijke vorm van compensatie of bescherming. Timmerman verwoordde dit bijvoorbeeld als volgt:
“Een dergelijke zorgplicht is een flexibele rechtsfiguur. Zo is het goed verdedigbaar dat de omvang ervan uiteenloopt naar gelang van de aard van de minderheidsaandeelhouder: er kan een verdergaande zorgplicht op de vennootschap of de grootaandeelhouder rusten jegens een particuliere belegger dan die welke geldt jegens een professionele minderheidsaandeelhouder, zoals een hedgefonds. Zo’n hedgefonds kan vaak heel goed voor de eigen belangen opkomen en heeft de hefboom van de zorgplicht en van de rechter waarschijnlijk minder nodig teneinde in een min of meer gelijkwaardige positie in verhouding tot een meerderheidsaandeelhouder te komen.”3
Naarmate een aandeelhouder deskundiger is en beter in staat is zijn eigen belangen behoorlijk te behartigen, hoeft hij dus ook minder te worden beschermd door middel van informatieverstrekking.4 Een aandeelhouder met een zwakkere positie zal daarentegen juist meer bescherming behoeven, onder meer door een ruimer informatierecht.
Die bescherming ziet overigens niet alleen op informatieverstrekking buiten de algemene vergadering. Een minder professionele of minder deskundige aandeelhouder zal bijvoorbeeld ook erbij gebaat zijn dat informatie die wordt verstrekt in aanloop naar een algemene vergadering beter inzichtelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld door deze te voorzien van een nadere toelichting.5 Hetzelfde geldt voor antwoorden op vragen ter vergadering.6 Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat de verstrekte informatie gedetailleerder dient te zijn, maar vooral dat de aandeelhouder meer wordt geholpen bij de wijze waarop de te verstrekken informatie wordt gepresenteerd opdat hij deze optimaal kan doorgronden.