Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/6.3.2.4.d
6.3.2.4.d Weigering op grond van het vennootschappelijk belang?
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649964:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. De Roo 2021, p. 331-332.
Timmerman 2018b, p. 14; Croiset van Uchelen 2019, p. 40; Garcia Nelen 2020, p. 290.
Kamerstukken II 2001/02, 28 179, nr. 3 (MvT), p. 21 en Kamerstukken I 2001/02, 28 179, B (Advies RvS en nader rapport), p. 11. Zie ook Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 57; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 209.1 en Garcia Nelen 2020, p. 290. Zie ook Nowak 2020, p. 243.
Art. 2:129 lid 5/239 lid 5 BW en art. 2:140 lid 2/250 lid 2 BW.
Garcia Nelen 2020, p. 290.
Uit par. 6.3.2.4.a tot en met par. 6.3.2.4.c hiervoor volgt dat een agenderingsverzoek niet kan worden geweigerd vanwege strijd met het vennootschappelijk belang.1 Dit laat onverlet dat als het aangedragen onderwerp op grond van de wet in de agenda moet worden opgenomen, het bestuur en de rvc ervoor kunnen kiezen om, onder het mom van het vennootschappelijk belang, de agenderingsverplichting toch niet na te komen.2 Het agenderingsverzoek is dan in beginsel zonder goede grond afgewezen met als gevolg dat er sprake is van het handelen in strijd met een wettelijke plicht. Dit kan onbehoorlijk bestuur (en/of toezicht) of een onrechtmatige daad opleveren.3 Voorts kan de weigering op grond van het vennootschappelijk belang een gegronde reden zijn om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken. Of daadwerkelijk sprake is van onbehoorlijk bestuur (en/of toezicht), een onrechtmatige daad of gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Behalve dat de wet het bestuur en de rvc opdraagt om een op formeel juiste wijze ingediend onderwerp nagenoeg altijd ten minste als bespreekpunt te agenderen, draagt zij het bestuur en de rvc ook op om zich bij de vervulling van hun taken (waaronder begrepen het inrichten van de agenda) naar het belang van de vennootschap te richten.4 Met Garcia Nelen kan ik mij voorstellen dat wanneer het bestuur (of de rvc) in het vennootschappelijk belang een andere wettelijke plicht (hier die tot agendering) niet nakomt, dit in bepaalde gevallen zonder sanctie blijft.5