Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.3.1:6.3.3.1 Wettelijke omschrijving
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.3.1
6.3.3.1 Wettelijke omschrijving
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS605421:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7, p. 133.
Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 17, p. 62.
Kamerstukken II 2006/07, 31 065, nr. 5, p. 3 en 7.
P.H.J. Essers, ‘Het verbondenheidscriterium en het urencriterium’, in: A.C. Rijkers en H. Vording, Vijf jaar Wet IB 2001, Deventer: Kluwer 2006.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip ‘samenwerkingsverband’ in de zin van art. 3.6, lid 2, Wet IB 2001 is niet nader omschreven. In de parlementaire geschiedenis is gesproken van situaties waarin een onderneming voor rekening van meer dan één persoon of lichaam wordt gedreven. Het omvat ook de ondermaatschap en de onder-VOF.1 Voorts is gewezen op de situatie waarin een onderneming wordt verhuurd, of is overgedragen tegen een winstrecht of een lijfrente. De verhuurder c.q. winstrecht- of lijfrentegenieter behoren ook tot een ‘samenwerkingsverband’ en de werkzaamheden die zij in dit verband verrichten, tellen niet mee voor de beoordeling of wordt voldaan aan het urencriterium.2 In het kader van wetsvoorstel ‘Invoering Titel 7.13 BW’ (31 065) is opgemerkt dat de terbeschikkingstellingsregelingen van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001 ook van toepassing zijn, indien het samenwerkingsverband tussen echtgenoten een OV of OVR is.3
In art. 3.6 lid 4 Wet IB 2001 is voorts verduidelijkt dat een samenwerkingsverband met een rechtspersoon waarin de belastingplichtige een ‘aanmerkelijk belang’ bezit, ook als een ‘samenwerkingsverband’ wordt beschouwd. Heithuis, Kavelaars en Schuvers (2007) merken op dat als gevolg hiervan de uren die een ondernemer besteedt aan een samenwerkingsverband met zijn BV niet meetellen bij het urencriterium.
Het begrip ‘verbonden personen’ is wel omschreven. Op basis van art. 3.6 lid 3 onderdeel a Wet IB 2001 zijn dit in de eerste plaats de in paragraaf 6.2.1 genoemde ‘personen die behoren tot het huishouden van de belastingplichtige’. Dit betreft de echtgenoot of geregistreerde partner, de persoon met wie de belastingplichtige ongehuwd samenwoont, inwonende ‘eigen’ kinderen, adoptiekinderen, erkende kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen, en eventueel inwonende ouders. Essers beschrijft echter dat ten aanzien van deze personen geen sprake hoeft te zijn van een familieband.4
Volgens art. 3.6 lid 3 onderdeel b Wet IB 2001 zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de belastingplichtige, en personen die behoren tot het huishouden van die bloed- of aanverwanten, ook ‘verbonden personen’. Dit zijn bijvoorbeeld de ouders, grootouders, ‘eigen’ kinderen, adoptiekinderen, erkende kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen en kleinkinderen van de belastingplichtige die niet bij hem inwonen. Het betreft ook de partner waarmee deze bloed- of aanverwanten ongehuwd samenwonen, en de inwonende kinderen van die partner.