De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.1:5.1 Inleiding
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS383765:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De geschiedenis van internationale en Europese anti-mensenhandelverdragen en relevante mensenrechten maakt duidelijk dat de internationale verplichtingen tot strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in omvang zijn toegenomen. Waar de aandacht in de negentiende eeuw uitging naar de meest ernstige vorm van arbeidsuitbuiting: de slavernij, ligt de focus in de eenentwintigste eeuw op de bestrijding van veel diverser en bredere vormen van uitbuiting. Dit hoofdstuk schetst allereerst in chronologische volgorde de belangrijkste veranderingen ten aanzien van het tegengaan van mensenhandel en arbeidsuitbuiting op internationaal en Europeesrechtelijk niveau. Vervolgens komen de huidige verplichtingen van staten om arbeidsuitbuiting te weren aan de orde. Aangezien arbeidsuitbuiting niet zelfstandig wordt benaderd in de internationale regelgeving, maar onderdeel is van de mensenhandel, wordt ingegaan op de huidige verplichtingen die wij hebben op grond van internationale anti-mensenhandel verdragen. Daarbij wordt zowel een definitie van mensenhandel als van arbeidsuitbuiting gegeven en het onderscheid uiteengezet. Daarna volgen de verplichtingen van staten om de mensenrechten met betrekking tot arbeidsuitbuiting te garanderen. Het mensenrechtelijk kader verbiedt slavernij, dienstbaarheid en gedwongen arbeid, maar vereist eveneens een verbod op mensenhandel. Op basis van het mensenrechtelijk kader volgt een definitie van de specifieke uitbuitingsvormen slavernij, dienstbaarheid en gedwongen arbeid en van mensenhandel en arbeidsuitbuiting in het algemeen. Uiteindelijk geeft dit hoofdstuk antwoord op de vraag welke eisen internationale en Europese anti-mensenhandelregelgeving en mensenrechten stellen aan de inhoud en reikwijdte van de strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting. Dit vormt het tweede kader waaraan de Nederlandse delictsomschrijving wordt getoetst.