JOR 2018/246
WCAM-overeenkomst, verbindendverklaring
Hof Amsterdam 13-07-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
13 juli 2018
- Magistraten
Mrs. J.W. Hoekzema, M.P. van Achterberg en P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten
- Zaaknummer
200.191.713/01
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, Uitspraak, Hof Amsterdam, 13‑07‑2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:368, Uitspraak, Hof Amsterdam, 05‑02‑2018
ECLI:NL:GHAMS:2017:2257, Uitspraak, Hof Amsterdam, 16‑06‑2017
- Wetingang
Art. 7:907 BW
Essentie
Verbindendverklaring Fortisschikking toegewezen, maar afgewezen jegens VEB
Samenvatting
Deze procedure heeft betrekking op de verbindendverklaring van de compensatieregeling in de Fortiszaak. Bij tussenbeschikking van 16 juni 2017 heeft het hof vastgesteld dat de gesloten overeenkomst op een aantal punten niet voldoet aan artikel 7:907 BW zodat deze niet voor verbindendverklaring in aanmerking komt. Naar aanleiding daarvan zijn wijzigingen in de overeenkomst doorgevoerd. Deze gewijzigde versie van de overeenkomst ligt nu ter beoordeling voor aan het hof.
Het hof acht de toegekende vergoedingen voor de aandeelhouders als het gaat om de compensatie voor de Buyer Shares, Holder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.