Zekerheid voor de vastgoedfinancier
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/9.1:9.1 Het onderzoek kort samengevat
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/9.1
9.1 Het onderzoek kort samengevat
Documentgegevens:
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS622664:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit proefschrift is onderzocht welke inzichten het Engelse recht biedt ten opzichte van het Nederlandse recht in het kader van uitwinning van een hypotheekrecht op commercieel vastgoed. Met deze bevindingen kan een mogelijke verbetering van de (verhaals)positie van de Nederlandse hypotheekhouder worden gerealiseerd. Het Engelse recht is daarvoor een interessante inspiratiebron, nu uit vooronderzoek volgde dat onder dat rechtsstelsel de hypotheekhouder méér bevoegdheden heeft dan een hypotheekhouder naar Nederlands recht.
Aan de hand van twee uitwinningstrajecten, een verkoop- en een beheertraject, is in de eerste plaats onderzocht in hoeverre het Engelse recht daadwerkelijk ‘nieuwe’ of andere hypothecaire bevoegdheden kent dan het Nederlandse recht. Het gaat daarbij om bevoegdheden die kunnen bijdragen aan het terugbetaald krijgen van de hypothecaire vordering. In het bijzonder is gekeken naar alternatieven voor een executieverkoop, wat voor een hypotheekhouder (en hypotheekgever) met name van belang is in situaties waarin die verkoop niets of onvoldoende oplevert. Een alternatieve route kan in die gevallen wellicht een ongedekte restschuld voorkomen.
Daarnaast is onderzocht op welke manier de invulling die onder het Engelse recht aan de hypothecaire bevoegdheden wordt gegeven, een nieuw licht kan werpen op de toepassing van de bevoegdheden die naar Nederlands recht al bestaan. Dit tweede aspect van het onderzoek ziet niet zozeer op een uitbreiding van het bestaande palet aan Nederlandse hypothecaire bevoegdheden, maar beoogt vooral meer duidelijkheid te creëren over de mogelijke reikwijdte, invulling en inkadering van deze bevoegdheden als zij worden toegepast op commercieel vastgoed. De Nederlandse literatuur is op dit punt immers niet steeds eenduidig en zij is bovendien vooral toegespitst op verhypothekeerde particuliere woningen.