Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/6.5.3
6.5.3 Oostenrijk
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267469:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
AT Oberster Gerichtshof 23 mei 2019, 6 Ob 91/19d, ECLI:AT:OGH0002:2019:0060OB00091.19D.0523.000 (Schrems/Facebook Ireland), r.o. 3.1. Het OGH herhaalt dit later en benadrukt dat artikel 82 AVG de bewijslast omdraait met betrekking tot fouten, maar dat de eiser het bewijs voor het ontstaan van schade en de causaliteit volledig moet blijven leveren. Oberster Gerichtshof 27 november 2019, 6 Ob 217/19h, punt 4.2-4.3, 5.1-5.2.
AT Landesgericht Feldkirch 7 augustus 2019, 57 Cg 30/19b, punt 1.
AT Landesgericht Feldkirch 7 augustus 2019, 57 Cg 30/19b, punt 2.
AT Oberlandesgericht Innsbruck 13 februari 2020, 1R 182/19b, punt 3-5.2.
AT Oberlandesgericht Innsbruck 13 februari 2020, 1R 182/19b, punt 5.3-9.
Het Oberster Gerichtshof oordeelt dat artikel 82 AVG een ‘lex specialis’ is ten opzichte van het nationale schadevergoedingsrecht.1 In een andere zaak voegt het Landesgericht Feldkirch daaraan toe dat artikel 82 AVG een ‘eigenständige deliktische Haftungsnorm’ is en het ‘Schadensbegriff nach der DSVGO (…) weit und autonom auszulegen [ist]’.2 In dit geval had het Oostenrijkse postbedrijf in strijd met artikel 9 AVG zonder toestemming gegevens over politieke voorkeur van de betrokkene verwerkt en te koop aangeboden. Het Landesgericht Feldkirch zegt met verwijzing naar overweging 75 AVG dat schade eruit kan bestaan dat de betrokkene zijn rechten en vrijheden niet meer kan uitoefenen of wordt verhinderd controle over zijn persoonsgegevens uit te oefenen. De rechter oordeelt uiteindelijk dat het verzamelen en bewaren van (gevoelige) persoonsgegevens, zonder toestemming van de betrokkene en zonder hem over die verwerking geïnformeerd te hebben, een vergoeding voor immateriële schade rechtvaardigt. Omdat de gegevens niet zijn doorgegeven aan derden, acht de rechter een vergoeding van €800 passend.3
In het hoger beroep oordeelt het Oberlandesgericht (OLG) Innsbruck anders en oordeelt het dat de betrokkene geen recht heeft op schadevergoeding. Ook volgens het OLG biedt artikel 82 AVG een ‘eigenständige Haftungsbestimmung’. Het OLG zegt echter dat de AVG de eisen voor het bewijzen van schade en causaliteit niet hebben veranderd en dat ook het Unierecht geen bepalingen bevat over de bewijslast voor het bestaan en de hoogte van de schade. Hierdoor blijven de nationale bepalingen van toepassing. Wel moet daarbij het doeltreffendheidsbeginsel in acht worden genomen.4 Het OLG zegt dat hoewel een inbreuk op de AVG tot ‘negatieve gedachten’ kan leiden, dit niet betekent dat elke inbreuk tot immateriële schade leidt. Er is een minimumniveau aan ‘persoonlijke beperking’ vereist. De betrokkene had concreet moeten maken hoe het verlies van controle over zijn persoonsgegevens leidde tot een merkbare en daadwerkelijke aantasting van zijn persoon. Dit is volgens het OLG niet in strijd met het doeltreffendheidsbeginsel.5