Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/4.4.2
4.4.2 Verhouding tussen aangewezen en niet-aangewezen gerecht
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505246:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Conclusie AG Léger in de zaak Gasser, C-116/02, sub 70-83.
Zie rapport van T. Hartley & M. Dogauchi, Explanatory Report on the 2005 Hague Convention on Choice of Court Agreements (2007), nr. 144-159.
Zie ook M. Koppenol-Laforce, ‘Herschikking Brussel I: litispendentie en forumkeuze, een positieve stap voorwaarts?’, NIPR 2011, p. 457.
Vgl. HvJEU 15 november 2012, C-456/11, NJ 2013/119 m.nt. L. Strikwerda (Gothaer/Samskip). In dit arrest heeft het HvJEU aangegeven dat het begrip ‘beslissing’ in art. 32 en 33 EEX-Vo (art. 2 onder a en 36 EEX-Vo II) ook omvat een beslissing waarbij de rechter van een lidstaat zich onbevoegd verklaart op grond van een forumkeuze, ongeacht hoe een dergelijke beslissing in het recht van een andere lidstaat wordt gekwalificeerd. Tevens is de rechter die wordt verzocht om erkenning van een beslissing waarbij de rechter van een andere lidstaat zich onbevoegd heeft verklaard op grond van een forumkeuze, gebonden aan de vaststelling betreffende de geldigheid van de forumkeuze die is opgenomen in de motivering van een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan.
De vraag blijft echter bestaan hoe precies de verhouding ligt tussen de gekozen rechter en de niet gekozen rechter. Welke rechter dient nu de premisse in art. 31 lid 2 EEX-Vo II te onderzoeken of inderdaad sprake is van “(…)een zaak aanhangig (…) gemaakt bij een gerecht van een lidstaat dat op grond van een in artikel 25 bedoelde overeenkomst bij uitsluiting bevoegd is” (Curs JV). De verplichting tot aanhouden voor alle andere gerechten in de EU geldt zodra een zaak aanhangig is gemaakt bij de gekozen rechter. De gekozen rechter beslist vervolgens over de geldigheid van de forumkeuze aan de hand van art. 25 EEX-Vo II. In hoeverre mag de eerst aangezochte (niet gekozen) rechter oordelen over de geldigheid van de forumkeuze? Dient de eerst aangezochte rechter de zaak ook aan te houden indien sprake is van een evident ongeldige forumkeuze?1 De EEX-Vo II bepaalt hier niets over.
Het Haags Forumkeuzeverdrag heeft in art. 6 aanvaard dat de niet aangewezen rechter zich een oordeel vormt over de geldigheid van de forumkeuze.2 In art. 6 Haags Forumkeuzeverdrag is deze toetsing echter beperkt tot gevallen waarin:
(...)'a)
the agreement is null and void under the law of the State of the chosen court;
a party lacked the capacity to conclude the agreement under the law of the State of the court seised;
giving effect to the agreement would lead to a manifest injustice or would be manifestly contrary to the public policy of the State of the court seised;
for exceptional reasons beyond the control of the parties, the agreement cannot reasonably be performed; or
the chosen court has decided not to hear the case. ‘
Onder het Haags Forumkeuzeverdrag is echter het tolereren van (beperkte) toetsing door de niet gekozen rechter geen probleem, aangezien art. 8 bepaalt dat slechts beslissingen van gerechten die door een forumkeuze zijn aangewezen in aanmerking komen voor erkenning en tenuitvoerlegging.3 In de context van de EEX-Verordening II ligt dit anders omdat krachtens art. 36 EEX-Vo II sprake is van automatische erkenning van beslissingen, zonder dat een exequatur is vereist.4