Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/8.2.2:8.2.2 Rechtsvorm kerkgenootschap
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/8.2.2
8.2.2 Rechtsvorm kerkgenootschap
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633458:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bijzondere rechtsvorm kerkgenootschap is beperkt tot religieuze instellingen. In de praktijk maken andere dan de traditionele religies van joodse en christelijke signatuur vrijwel geen gebruik van deze rechtsvorm, juist vanwege de joodse en christelijke connotatie. Deze rechtsvorm staat niet open voor levensbeschouwelijke instellingen en ligt vanwege de link met traditionele joodse en christelijke geloofsgemeenschappen evenmin voor de hand voor spirituele bewegingen. Zoals ik in hoofdstuk 5 Civielrechtelijk perspectief heb betoogd en ook af te leiden is uit hoofdstuk 4 Mensenrechtelijk en constitutioneel perspectief, leidt dit op grond van de toetsing aan de fundamentele beginselen van de neutrale staat en van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging tot een onaanvaardbaar verschil in zowel civielrechtelijke als fiscale behandeling. Weliswaar hebben kerkgenootschappen door de geschiedenis heen een bijzondere plaats in de Nederlandse samenleving verworven maar zoals ik hiervoor in paragraaf 8.2.1 heb opgemerkt, is het maar de vraag of geloofsgemeenschappen met een andere rechtsvorm en andere gemeenschappen op geestelijke grondslag in de 21e eeuw nog zoveel verschillen van kerkgenootschappen wat betreft hun rol en functie in de Nederlandse samenleving.
Zoals ik in hoofdstuk 5 Civielrechtelijk perspectief en hoofdstuk 6 Fiscaalrechtelijk perspectief – de anbi-regeling heb aangegeven, pleit ik gelet op de nevenschikking van religie en levensovertuiging in artikel 6 GW en artikel 9 EVRM voor een bijzondere rechtsvorm die religieuze, spirituele en levensbeschouwelijke gemeenschappen gelijke omvang van inrichtingsvrijheid en bescherming biedt. Dit zou kunnen door de rechtsvorm kerkgenootschap ook open te stellen voor spirituele en levensbeschouwelijke instellingen en de benaming kerkgenootschap te veranderen in een inclusievere benaming: religieus, spiritueel en levensbeschouwelijk instituut, afgekort als rsli. Een alternatief zou zijn een verzamelbegrip als geestelijk genootschap of geestelijk instituut. Ik verwacht echter dat een aanpassing in het civiele recht veel tijd in beslag zal nemen terwijl een aanpassing in de fiscale anbi-regelgeving sneller kan worden doorgevoerd om de ongerechtvaardigde ongelijke behandeling tussen kerkgenootschappen en andere rsli’s op te heffen. De aanpassing in de anbi-regeling werk ik in de volgende paragraaf uit.