Hoofdelijke aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/2.5:2.5 Conclusie
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/2.5
2.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931095:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
35. Conclusie. De wijze waarop regels van Unierecht van invloed kunnen zijn op horizontale rechtsverhoudingen verschilt per rechtsbron. De voor dit onderzoek belangrijkste bepalingen uit het primaire Unierecht zijn art. 101 en 102 VwEU, waarvan het Hof van Justitie directe horizontale werking heeft aanvaard (dat wil zeggen: invloed op een horizontale rechtsverhouding zónder tussenkomst van nationaal recht).1 Wat het secundaire Unierecht betreft, komt aan bepalingen uit verordeningen soms directe horizontale werking toe, maar is het vaste rechtspraak dat bepalingen uit richtlijnen géén directe horizontale werking hebben. Dit onderscheid is van belang voor de rest van dit onderzoek.
Voorziet een verordening in hoofdelijke aansprakelijkheid en/of een verhaalsrecht tussen hoofdelijk medeschuldenaren, dan heeft een particulier het nationale recht niet nodig voor het verkrijgen van een recht op schadevergoeding of verhaal. Aangezien het Unierecht doorgaans niet alle kwesties regelt, wordt voor het overige teruggevallen op het nationale recht.
Vanwege het ontbreken van directe horizontale werking van (bepalingen uit) richtlijnen, gaat van richtlijnen vooral invloed op rechtsverhoudingen tussen particulieren uit door tussenkomst van nationale implementatiewetgeving. Dit maakt dat de te bestuderen bepalingen uit richtlijnen vooral van belang zijn indien zij zijn geïmplementeerd in nationaal recht. Daarbij dient het nationale recht in overeenstemming met het Unierecht – ‘Unierechtconform’ of ‘richtlijnconform’ – te worden uitgelegd.2 Daarnaast kan sprake zijn van indirecte horizontale werking – dat wil zeggen: invloed op een horizontale rechtsverhouding op een andere wijze dan door middel van directe werking – van (bepalingen uit) richtlijnen, bijvoorbeeld door interpretatie van nationaalrechtelijke open normen in overeenstemming met Unierecht.3 Naar vaste rechtspraak is het niet mogelijk om in een geschil tussen particulieren nationale wetgeving te toetsen aan bepalingen uit richtlijnen.4