Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/7.3.2.5:7.3.2.5 Voorwaarde 4: Geen uitschakeling van de mededinging
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/7.3.2.5
7.3.2.5 Voorwaarde 4: Geen uitschakeling van de mededinging
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183491:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vrijstelling die is neergelegd in artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag vereist ten slotte dat de mededinging niet voor een wezenlijk deel wordt uitgeschakeld. Dat betekent dat moet worden beoordeeld in hoeverre door het gebruik van een standaardbeurspolis mededinging op de relevante verzekeringsmarkt resteert, waarbij rekening moet worden gehouden met de diverse concurrentiebronnen op de markt, de omvang van de concurrentiedruk en de invloed van het gebruik van standaardvoorwaarden op de concurrentiedruk.1
Marktaandelen zijn daarbij relevant, maar de omvang van de resterende concurrentiebronnen kan niet uitsluitend daarop worden gebaseerd, behalve als sprake is van een feitelijke industrienorm.2 Daarvan is sprake als een (wettelijk niet-bindende) norm in de praktijk door de meeste marktspelers wordt toegepast. Volgens de Europese Commissie kunnen standaardvoorwaarden die door een meerderheid in de bedrijfstak worden gehanteerd, leiden tot een feitelijke industrienorm en daarmee mededingingsbezwaren in het leven roepen indien derden daadwerkelijk (de toegang tot) het gebruik van die voorwaarden wordt ontzegd.3 Dat is anders als de standaardvoorwaarden of de norm slechts betrekking hebben op een beperkt deel van het product of de dienst. Dan geldt dat het onwaarschijnlijk is dat de standaardvoorwaarden de (resterende) mededinging wezenlijk uitschakelen.4
Zoals ik aangaf in par. 7.2.2. zien de (standaard/model)beurspolissen op het gehele verzekeringsproduct. Wanneer zij door een meerderheid in de sector worden gehanteerd, kan dat tot mededingingsbezwaren leiden. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat er ten aanzien van de inhoud van het product geen concurrentie resteert omdat de standaardpolissen niet-bindend zijn en in de praktijk door makelaars ervan wordt afgeweken. Geconcludeerd kan worden dat het niet aannemelijk is dat het gebruik van de modelbeurspolissen leidt tot een uitschakeling van een wezenlijk deel van de concurrentie op de coassurantiemarkt.