Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.5.1:2.5.1 Het Wegnahmerecht van §951 BGB
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.5.1
2.5.1 Het Wegnahmerecht van §951 BGB
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645049:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Duitse recht kent één afscheidingsrecht, dat niet expliciet maar impliciet is vermeld in het BGB en wel in §951 lid 2 BGB. Het heeft betrekking op enkele gevallen waarin een niet-bezitter door natrekking (of vermenging) zijn eigendomsrecht heeft verloren, zonder dat sprake is van een contractuele relatie tussen hem en de eigenaar van de hoofdzaak.
“In den Fällen der §§946, 947 ist die Wegnahme nach den für das Wegnahmerecht des Besitzers gegenüber dem Eigentümer geltenden Vorschriften auch dann zulässig, wenn die Verbindung nicht von dem Besitzer der Hauptsache bewirkt worden ist.”
Het Wegnahmerecht van §951 BGB lid 2 is alleen van toepassing als rechtsverlies is opgetreden door §946 of §947 BGB. Deze artikelen gaan over verbinding van zaken. Daarmee geeft §951 BGB aan dat degene die door zaaksvorming (§950 BGB) een recht heeft verloren, geen wegneemrecht heeft.1 De natrekkingsregels zijn, als gezegd, ordeningsregels die de rechtszekerheid dienen en die helderheid moeten verschaffen over de zakenrechtelijke verhoudingen van de eenheidszaak.2 De wetgever heeft echter niet gewild dat de eigenaar van de hoofdzaak het economische voordeel mag behouden.3 De verrijking is niet een gerechtvaardigde verrijking. Ofschoon ze volgt uit de wettelijke regels (§§946 BGB), moet ze (paradoxaal) worden beschouwd als een verrijking die “nicht auf einem rechtlichen Grunde beruhend zu gelten hat.”4 Degene die een vordering heeft op grond van §951 lid 1 BGB kan in plaats daarvan kiezen voor het Wegnahmerecht van §951 lid 2 BGB.5 Door een beroep te doen op de ene actie vervalt de andere actie nog niet. Het recht op afscheiding vervalt pas als de wegneemgerechtigde een vordering instelt tot schadevergoeding en deze vordering betaald is. Omgekeerd vervalt de mogelijkheid tot het instellen van de schadevergoedingsactie op grond van §951 lid 1 pas als er daadwerkelijk een bestanddeel is afgescheiden en niet al bij het instellen van de vordering tot Wegnahme.6
Ten aanzien van het Wegnahmerecht van §951 lid 2 BGB is er echter één probleem: het recht was en is nog steeds omstreden. Dit komt mede door de ontstaansgeschiedenis van het artikel, die in het intermezzo wordt besproken.