Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/1.3.1
1.3.1 Toetsingskader
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855287:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Onder een ‘open afwegingsnorm’ versta ik de bepalingen die ruimte bieden voor een beschermingsoplossing voor een individueel geval.
Daarmee pretendeer ik niet dat partijen zelden of nooit contractueel afwijken van de bepalingen uit afd. 7.7.1 BW. Dergelijke afwijkingen komen in de praktijk namelijk vaak voor.
Dat levert geen volledig beeld op, omdat de bescherming uit titel 7.10 BW soms samenhangt met bescherming die uit andere wetten voortvloeit. Een voorbeeld hiervan is ontslag, meer specifiek een WW-uitkering. Toch is dat niet problematisch, omdat het doel niet zozeer exacte wetenschap is, maar veeleer het kunnen vaststellen van de bescherming die het verbintenissenrecht de opdrachtnemer aan de onderkant daadwerkelijk kan bieden.
Zie o.a. Van der Heijden 1996, p. 4; Aerts 2007, p. 131; Boot 2012, p. 7; Boot e.a., De zzp’er (MSR nr. 64) 2014/2.1 en 3.8; Laagland 2018, p. 5; Bouwens, Houwerzijl & Roozendaal, Schets van het Nederlandse arbeidsrecht 2021/3.1.2.
In deze studie staat centraal in hoeverre en op welke gronden het verbintenissenrecht binnen de huidige kaders de opdrachtnemer aan de onderkant bescherming kan bieden met betrekking tot de thema’s loon, aansprakelijkheid en opzegging. Om te beoordelen wat de ‘toegevoegde’ waarde van het verbintenissenrecht is op het beschermingsniveau van de opdrachtnemer aan de onderkant omtrent elk van de drie genoemde thema’s, moet die waarde worden gekalibreerd. Anders gezegd: er moet een toetsingskader worden ontwikkeld waartegen de additionele bescherming van het verbintenissenrecht kan worden afgezet. Alleen op die manier is het mogelijk te beoordelen in hoeverre het huidige verbintenissenrecht de opdrachtnemer aan de onderkant bescherming kan bieden ten aanzien van de thema’s loon, aansprakelijkheid en opzegging en of dat leidt tot veel, gemiddeld of weinig bescherming. In deze context onderscheid ik drie beschermingsniveaus: een laag beschermingsniveau, een gemiddeld beschermingsniveau en hoog beschermingsniveau.
Met een ‘laag beschermingsniveau’ bedoel ik de bescherming van de afdeling inzake de opdracht (afdeling 7.7.1 BW) en de bepalingen uit Boek 6 BW die geen open afwegingsnorm kennen.1 Dit beschermingsniveau is in feite de ondergrens, nu alle opdrachtnemers – sterk of zwak, hoog of laag tarief, economisch afhankelijk of onafhankelijk – zich sowieso kunnen beroepen op de daaruit voortvloeiende rechtsregels en de bijbehorende bescherming. Oftewel: afdeling 7.7.1 BW en de bepalingen uit Boek 6 BW die niet zijn verbonden aan een open afwegingsnorm, hanteer ik als laagste beschermingsniveau, omdat dit het beschermingsniveau is dat alle opdrachtnemers over de hele linie in ieder geval hebben. Om die reden kan dit beschermingsniveau als het ware worden gezien als ‘nulmeting’.2 Een ‘hoog beschermingsniveau’ omvat de bescherming die voor de werknemer uit de regeling inzake de arbeidsovereenkomst voortkomt (titel 7.10 BW).3 Daarbij ga ik uit van de algemeen aanvaarde aanname dat de bescherming van de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hoog is in vergelijking met de opdrachtnemer.4 Onder een ‘gemiddeld’ beschermingsniveau versta ik het niveau dat qua bescherming tussen ‘laag’ en ‘hoog’ in zit. Concreet onderscheid ik dus de volgende drie beschermingsniveaus:
laag beschermingsniveau: het algemene verbintenissenrecht biedt niet of nauwelijks afwijkende bescherming ten opzichte van zowel de afdeling inzake de opdracht (afdeling 7.7.1 BW) als de algemene bepalingen uit Boek 6 BW die geen open afwegingsnorm kennen;
gemiddeld beschermingsniveau: de algemeen verbintenisrechtelijke bescherming bevindt zich tussen die uit de afdeling inzake de opdracht (afdeling 7.7.1 BW) en de algemene bepalingen uit Boek 6 BW die geen open afwegingsnorm kennen (laag beschermingsniveau) en de regeling inzake de arbeidsovereenkomst (titel 7.10 BW) (hoog beschermingsniveau);
hoog beschermingsniveau: de algemeen verbintenisrechtelijke bescherming is meer dan, gelijk aan of komt in de buurt van die uit de regeling inzake de arbeidsovereenkomst (titel 7.10 BW).
Met het onderscheiden van voornoemde beschermingsniveaus hoop ik het verbintenisrechtelijke beschermingsniveau van de opdrachtnemer aan de onderkant (en de eventuele knelpunten daarvan) inzichtelijk te kunnen maken zonder dat het nodeloos ingewikkeld wordt. Het doel van dit toetsingskadercriterium is dat ik kan vaststellen wat het verbintenissenrecht voor de opdrachtnemer aan de onderkant ten volle binnenhaalt of kan binnenhalen ten aanzien van de thema’s loon, aansprakelijkheid en opzegging. Anders gezegd: binnen het speelveld van de bescherming die volgt uit enerzijds de afdeling inzake de opdracht (afdeling 7.7.1 BW) en de bepalingen uit Boek 6 BW die geen open afwegingsnorm kennen en anderzijds de regeling inzake de arbeidsovereenkomst (titel 7.10 BW) bekijk ik waar de meter van de verbintenisrechtelijke bescherming staat en welke verklaringen daarvoor kunnen worden gevonden. Dat ga ik voor de opdrachtnemer aan de onderkant per thema (loon, aansprakelijkheid en opzegging) onderzoeken. Deze verschillende uitkomsten pak ik uiteindelijk samen, op basis waarvan ik een algemeen oordeel vel over het verbintenisrechtelijke beschermingsniveau van de opdrachtnemer aan de onderkant. Hiermee vel ik in wezen een oordeel over (een belangrijk deel van) de bestaanszekerheid van de opdrachtnemer aan de onderkant, nu alle drie de thema’s met deze zekerheid verband houden (zie paragraaf 1.2).