Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.12.2:2.1.12.2 Verbindung in Ausübung eines Rechts
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.12.2
2.1.12.2 Verbindung in Ausübung eines Rechts
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644940:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast zaken die tijdelijk met de grond verbonden zijn, stelt de tweede zin van §95 lid 1 BGB dat ook gebouwen die in de uitoefening van een recht zijn gebouwd schijnbestanddelen kunnen zijn. Met rechten wordt hier bedoeld de zakelijke (gebruiks)rechten, zoals een vruchtgebruik of een erfdienstbaarheid.1 Obligatoire rechten vallen niet onder de uitoefening van een recht in de zin van §95 lid 1 zin 2 BGB. Een huurder of een pachter kan zich alleen beroepen op de eerste zin van lid 1 van het artikel, door bijvoorbeeld te stellen dat vóór de verbinding al beoogd was dat de verbinding tijdelijk zou zijn.
Voor de zaken die op grond van de tweede zin van §95 lid 1 BGB schijnbestanddelen zijn, geldt dat niet vereist is om aan te tonen dat de verbinding een tijdelijke is.2 Voldoende is dat bij de uitoefening van een zakelijk recht een gebouw (of bouwwerk) is geplaatst. Als een vruchtgebruiker een schuur bouwt op de grond van de bloot-eigenaar, zodat hij de vruchten in de schuur kan opslaan, dan is deze schuur een schijnbestanddeel van de grond. Het zakelijke recht van vruchtgebruik moet wel al vóór de verbinding bestaan. Door dat recht heeft de rechthebbende de bevoegdheid om het bouwwerk te bouwen of om een zaak te verbinden met een gebouw. Als het zakelijke recht na de bouw tenietgaat, dan blijven de zaken die in de uitoefening van dat recht zijn gebouwd schijnbestanddelen.