Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.3.6.2
2.3.6.2 Beheersbevoegdheid
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS590403:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer 5-V 1995/83. Dit preventief vetorecht van regelend recht geldt niet tegenover de vennoot die bij een bijzonder beding in de maatschapsovereenkomst met het beheer is belast, want die kan ‘in weerwil der overige vennooten, alle daden verrigten, welke tot zijn beheer betrekkelijk zijn’ (art. 7A:1673 lid 1 BW).Asser/Maeijer 5-V 1995/87. Het Ontwerp- Maeijer, art. 810 liet dit preventief vetorecht van regelend recht zonder toelichting vervallen. Het voorzag bij twee of meer besturend vennoten wel in een collectieve bestuursverantwoordelijkheid; zie Kamerstukken II 2002-2003, 28 746, nr. 3, p. 16. Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 14 lid 3, concept-MvT, p, 84 laat het preventief vetorecht zonder toelichting vervallen.
Het Ontwerp-Maeijer, art. 809 lid 2 liet dit expliciet toe, daartoe aangespoord door Eisma 2003.
In soortgelijke zin: Mohr/Meijers 2013, § 2.4.3, p. 24.
Aldus ook Mohr/Meijers 2013, § 4.3.1, p. 94 en § 4.4.2, p. 106. Vgl. Struycken & Wijnstekers 2016, die vinden dat een hypotheekhouder op basis van een beheersbeding ex art. 3:267 lid 1 BW het recht heeft om in naam van de eigenaar te verhuren.
Zo wordt ook het begrip ‘beheer’ in art. 3:170 BW verstaan.
Asser/Maeijer 5-V 1995/74 e.v.; Tervoort 2015d, nr. 5.2.1; Mathey-Bal 2016, p. 42; Werkgroep-Van Olffen 2016, rapport, p. 16.
Dat bestuur meer is dan beheer is ook verdedigd door Kamphuisen, Slagter en Mohr, zie Asser/Maeijer 5-V 1995/75. In deze zin ook Huizink 2003, p. 228 en Mohr/Meijers 2013, § 2.4.3, p. 24. Over het begrip ‘bestuur’ in het Ontwerp-Van der Grinten: Mohr 1975.
In deze zin ook: Raaijmakers 2006, p. 116/117.
Aldus ook Huizink 2016.
Vgl. Asser/Perrick 3-V 2015/21 en 24. Zie ook 2.5.4.1.
Zie ook art. 20 lid 2 WvK (beheersverbod bij de CV), waarover 3.5.4.
Over de one-tier board: art. 2:129a/239a BW, waarin overigens geen omschrijving van de taak van uitvoerend bestuurders wordt gegeven. Tervoort 2015d, nr. 5.2.2.1 omschrijft het hier bedoelde ‘beheer’ als operationeel management.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 14 lid 1; zie ook art. 2.
Werkgroep-Van Olffen 2016, rapport, p. 16; concept-MvT, p. 85.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 14 lid 3.
Een bijzondere bepaling van regelend recht betreft de beheersbevoegdheid. Tenzij anders overeengekomen, zijn de vennoten ieder voor zich bevoegd om ‘de een voor den anderen, te beheren’, maar hebben overige vennoten een preventief vetorecht (art. 7A:1676 sub 1 slot BW).1 In dit preventieve vetorecht komt de gelijkwaardigheid van de vennoten bij het uitoefenen van de aan ieder van hen toekomende beheersbevoegdheid tot uitdrukking. Ook derden kunnen met het beheer worden belast.2 Tot de beheershandelingen worden gerekend de rechtshandelingen en feitelijke handelingen vallend binnen de normale werkzaamheden die in maatschapsverband worden uitgeoefend.3
De bevoegdheid tot het verrichten van beheershandelingen omvat in beginsel niet de macht tot (externe) vertegenwoordiging van de gezamenlijke vennoten.4 Wel omvat zij onder meer de bevoegdheid om tot het (gemeenschappelijke) maatschapsvermogen behorende goederen op eigen naam te vervreemden, voor zover dat tot de normale in maatschapsverband uitgeoefende werkzaamheden behoort.5 De vennoten mogen elkaar slechts op basis van een daartoe verstrekte volmacht vertegenwoordigen (art. 7A:1679 BW). Verder is van belang dat volmachten impliciet en expliciet gegeven kunnen worden en geldt in de verhouding tot derden vanzelfsprekend ook het leerstuk van de aan een pseudo-vertegenwoordigde toerekenbare schijn.
De term ‘beheren’ wordt door sommigen als ouderwets gezien, als een term die het misverstand kan oproepen dat daden van (goederenrechtelijk) beschikken er niet onder vallen, terwijl gedoeld wordt op het verrichten van alle handelingen die gelet op het concrete doel van de vennootschap tot de normale exploitatie behoren. In modern taalgebruik zou de lading volgens sommigen beter gedekt worden met de term ‘bestuur’.6 Een dergelijke wijziging van terminologie doet m.i. onvoldoende recht aan het feit dat ‘bestuur’ meeromvattend is dan ‘beheer’.7 Niet onder beheer, wel onder ‘bestuur’, vallen het intern bepalen van de strategie en de hoofdlijnen van het beleid, alsmede handelingen die buiten de normale bedrijfsexploitatie liggen, zoals de beslissing tot het aantrekken van een bijzonder krediet of de verkoop van het bedrijfspand. Voor die beslissingen is unanimiteit vereist, tenzij anders overeengekomen.8 Ik zou deze nuance willen behouden. Dit kan door de term ‘beheer’ te handhaven. Het argument dat de term ‘beheer’ misverstand zou oproepen is zwak.9 Dat de term ‘beheer’ in artikel 3:170 lid 2 BW mede beschikkingshandelingen in de zin van artikel 3:84 lid 1 BW kan omvatten, wordt algemeen aanvaard.10 Volgens mij denkt ook niemand dat een filiaalbeheerder of een vermogensbeheerder geen (goederenrechtelijke) beschikkingshandelingen mag plegen. Wat in Boek 7A BW met ‘beheer’ wordt bedoeld,11 komt sterk overeen met wat bij kapitaalvennootschappen met een one-tier board onder de bevoegdheden van de uitvoerend bestuurders wordt verstaan.12
De werkgroep-Van Olffen stelt intussen de volgende bepaling van regelend recht voor:13
“De vennoten besturen de vennootschap gezamenlijk”.
Volgens de werkgroep vervangt het woord ‘besturen’ het huidige ‘beheer’,14 maar de begrippen zijn niet synoniem. Zonder het woord beheer te gebruiken, handhaaft de werkgroep het uitgangspunt dat hetgeen hierboven als beheersbevoegdheid is omschreven, aan elke vennoot afzonderlijk toekomt.15 Of het besturen van de vennootschap in de voorgestelde bepaling als bevoegdheid dan wel als collectieve taak is bedoeld, verdient verduidelijking.16 Ik vermoed dat de werkgroep wel een terminologisch, maar niet een inhoudelijk verschil ten opzichte van de hierboven beschreven verhoudingen naar geldend recht beoogt.