Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/3.5
3.5 Doelen van burgerlijk (proces)recht in België
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692185:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dauw 2020, p. 9.
Laenens 2016, p. 34/35.
Maes 2004, p. 7.
Zie ook: Kruithof 2021, p. 131, voetnoot 410. Hij voegt daar aan toe dat de omschrijving te beperkt is omdat het aansprakelijkheidsrecht in veel gevallen juist voorschrijft dat een verlies geheel of ten dele ten laste van een benadeelde blijft.
Bijvoorbeeld Bocken & Boone 2011, p. 31. Gillaerts 2020, p. 65 en p. 187 e.v.
Gillaerts 2020, p. 188
Bocken & Boone 2011, p. 31-32.
Gillaerts 2020, p. 190. Zie ook Kruithof 2021, p. 131, die de preventieve functie ook omschrijft als een neveneffect.
Pagina 13 van het Voorontwerp.
94. In de inleiding van dit boek heb ik uiteengezet dat ik een vergelijking met het Belgische recht wil maken omdat in België een hervormingsproces gaande is van het Burgerlijk Wetboek. Om te onderzoeken of het Belgische recht als voorbeeld kan dienen voor de Nederlandse regeling van het rechterlijk bevel en verbod, is ook van belang te onderzoeken welke doelen in België als belangrijke doelen van het procesrecht en het aansprakelijkheidsrecht worden gezien. Het doel dat men probeert te bereiken zal immers in belangrijke mate de instrumenten bepalen waarover men moet beschikken. In mijn beschrijving van de doelen van het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht en het Nederlandse procesrecht (hiervoor, paragraaf 3.2 en 3.3) noem ik als belangrijk – wenselijk – doel de preventie, de mogelijkheid dus om wanprestatie of een onrechtmatige daad te voorkomen. De achtergrond daarvan is simpelweg dat voorkomen beter is dan genezen. Dat het recht louter herstellend of vergoedend werkt, kan niet meer worden aangenomen, zij het dat daarbij de kanttekening moet worden gemaakt dat de herstellende en vergoedende functies van het aansprakelijkheidsrecht ook in Nederland nog sterk op de voorgrond staat. Het procesrecht heeft daarbij een dienende functie en geeft de mogelijkheden om de materiële rechten te verwezenlijken.
95. Ten aanzien van het procesrecht wordt ook in België aangenomen dat het een dienende functie heeft, met als meest essentiële doel het voorkomen van eigenrichting.1 Die dienende functie heeft het niet alleen ten opzichte van de partijen in het geding, die hun materiële rechten verwezenlijkt willen zien, maar ook ten opzichte van de maatschappij in bredere zin. Voor die maatschappij in bredere zin bestaat er belang bij de mogelijkheid dat recht wordt gedaan.2 Het procesrecht is er dus niet alleen voor individuele belangen, maar ook voor de goede rechtsbedeling in het algemeen.3
96. Het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht heeft in België primair een vergoedende functie.4 Dat betekent dat het er primair toe strekt een slachtoffer in zijn vroegere toestand te doen herstellen. De aansprakelijke partij moet, om dat te bewerkstelligen, de geleden schade vergoeden.5 Daarbij gaat het ook daadwerkelijk om het vergoeden van schade, hetgeen iets anders is dan het herstel van schade, dat het Belgisch recht ook mogelijk maakt. Dat schadevergoeding als primaire functie wordt beschouwd hangt echter in sterke mate samen met het gegeven dat schade een component is van het onrechtmatige daadbegrip in art. 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek (België). Volgens Gillaerts vormt het begrip schade daarom ‘de alfa en omega van de burgerlijke aansprakelijkheid.’6 Dat heeft zijn impact op het als primair beschouwde doel van het aansprakelijkheidsrecht.
97. Het feit dat de primaire functie van het aansprakelijkheidsrecht vergoedend is, betekent niet dat het aansprakelijkheidsrecht niet ook een preventieve functie heeft. Die is er wel degelijk en op twee manieren. In de eerste plaats is die preventieve functie er direct ten aanzien van een aansprakelijke partij, die door middel van een rechterlijk bevel of verbod de opdracht kan krijgen zijn onrechtmatig handelen te staken. In de tweede plaats bestaat die functie indirect doordat de kosten van schadeveroorzakend gedrag voor rekening van de aansprakelijke komen.7 Ook Gillaerts, die als gezegd de nadruk op de vergoedende functie van het aansprakelijkheidsrecht legt, onderkent dat preventie en handhaving ook doelen van het aansprakelijkheidsrecht zijn, zij het volgens hem secundaire en onzelfstandige.8 Hij verstaat het preventieve doel wel in iets andere betekenis dan ik het hiervoor heb gebruikt, namelijk in die zin dat er een ‘ontradend’ effect van uit gaat. In die visie heeft preventie alleen een overkoepelend doel op macro-niveau, terwijl ik bij preventie juist het oog heb op specifieke gevallen waarin een persoon van een ander verlangt bepaald handelen niet te verrichten om schade te voorkomen.
98. In de memorie van toelichting op het ‘Voorontwerp van de wet houdende invoeging van de bepalingen betreffende buitencontractuele aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek’ is opgenomen dat het ‘gemeen aansprakelijkheidsrecht zijn hoofdzakelijk vergoedende functie’ behoudt.9 De modernisering van het Burgerlijk Wetboek leidt dus in dat verband niet tot een andere focus en houdt vast aan het uitgangspunt dat het aansprakelijkheidsrecht een primair vergoedende functie heeft. Een ‘hoofdzakelijk vergoedende functie’ sluit andere functies niet uit – dat laat het Voorontwerp, zoals ik hierna zal uitwerken, duidelijk zien – maar de insteek is toch onverminderd niet de preventie, maar het vaststellen van gevallen waarin schade moet worden vergoed.
99. Vergeleken met het Nederlandse recht valt de nadruk op de vergoedende functie van het aansprakelijkheidsrecht op. Het aansprakelijkheidsrecht in Nederland heeft evenzeer die vergoedende functie, maar is ook gericht op het voorkomen van schade. De nadruk op de vergoedende functie valt bovendien op omdat tegelijkertijd de primaire remedie ook in België de nakoming van een verbintenis is. Nakoming voorkomt juist schade en staat daarom ook in de weg aan schadevergoeding. En ook in België bestaat, zoals ik elders uitwerk (paragraaf 7.13), de mogelijkheid om een onrechtmatig handelen te voorkomen. Het verschil in benadering staat dus niet noodzakelijkerwijs in de weg aan vergelijkbare uitkomsten.