Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.6.4.4:16.6.4.4 Teruggave van hetgeen op aandelen is gestort en kapitaalvermindering
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/16.6.4.4
16.6.4.4 Teruggave van hetgeen op aandelen is gestort en kapitaalvermindering
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404663:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge art. 41b WvK 1928 was gehele of gedeeltelijke teruggave van hetgeen op aandelen was gestort, geoorloofd, indien en voor zoverre er zuivere winst was en indien tevens in de akte van oprichting was voorzien in welke mate en op welke wijze dit kon geschieden. Over dit artikel, aangemerkt als “een van de meest duistere artikelen” van het NV-recht, bestonden verschillende opvattingen.1 Met name was onduidelijk hoe het artikel zich verhield tot art. 41c WvK 1928, dat kan worden aangemerkt als de voorloper van de huidige regeling inzake kapitaalvermindering.2 Art. 41c Wvk 1928 bepaalde dat terugbetaling op aandelen, anders dan in art. 41b WvK 1928, of ontheffing van de verplichting tot storting op niet volgestorte aandelen, slechts kon geschieden nadat en voor zoverre het maatschappelijk kapitaal door wijziging van de akte van oprichting was verminderd. Art. 42d WvK 1928 bepaalde vervolgens dat het besluit tot kapitaalvermindering diende te worden gedeponeerd bij het handelsregister en dat deze deponering moest worden aangekondigd in de Staatscourant en een dagblad. Schuldeisers hadden vervolgens twee maanden de tijd om tegen het besluit in verzet te komen. Volgens Speetjens moest het onderscheid tussen de artikelen 41b en 41c WvK 1928 zo worden begrepen, dat het eerste artikel zag op de terugbetaling op aandelen indien en voor zover er zuivere winst was en de tweede bepaling indien en voor zover deze winst ontbrak.3 Met andere woorden: indien winst ontbrak konden aandeelhouders uitsluitend van hun stortingsplicht worden ontheven door een vermindering van het kapitaal, en deze procedure was met waarborgen voor crediteuren omgeven.