25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/3.6:3.6 Maatwerk en proeftuinen
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/3.6
3.6 Maatwerk en proeftuinen
Documentgegevens:
prof. mr. D. Allewijn, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. D. Allewijn
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ene conflict is het andere niet. Zoals we zagen, zijn er eenzijdige conflicten, licht geëscaleerde conflicten, matig geëscaleerde conflicten en hoog geëscaleerde conflicten. Het gedrag van partijen is in al die soorten conflicten verschillend. Het gedrag van de beslisser zou idealiter daarbij moeten aansluiten. Sluit het gedrag van de beslisser niet aan bij de mate van conflictescalatie, dan is de kans groot dat de conflictescalatie in de loop van de procedure eerder toe- dan afneemt. Ideaal is dan ook een flexibele procedure die erop gericht is om maatwerk te leveren. Eerst wordt het conflict gediagnostiseerd, daarna wordt de meest geëigende procedure in gang gezet, met het bijbehorende meest geëigende gedrag van de beslisser. Dat is de inzet van het conflicthanteringspalet van Prettig contact met de overheid (PCMO): op een signaal van onvrede van de burger wordt allereerst gereageerd door telefonisch het gesprek met die burger aan te gaan. Samen met die burger wordt in dat gesprek onderzocht wat de beste aanpak is. Het was oorspronkelijk ook de inzet van de Nieuwe zaaksbehandeling van de bestuursrechter. Op een regiezitting zou met partijen worden gezocht naar de beste aanpak. De ontwikkeling in de richting van dit procesmodel is nog volop gaande. En een nieuwe invalshoek dient zich aan, want de nog altijd toenemende digitalisering van het maatschappelijk verkeer biedt nieuwe kansen om, tegen geringe kosten, nieuwe, de-escalerende procedures te bedenken. Zo fantaseren Van Ettekoven en Marseille over een digitale toegang tot de bestuursrechtprocedure, waarin partijen onder andere kunnen kiezen voor een ‘ODR-track’, die niet gericht is op de ‘juiste’ juridische oplossing (en dus op het aanwijzen van een winnaar en een verliezer), maar op het vinden van een legale minnelijke oplossing onder leiding van een expert in dispute resolution.1
De roep om maatschappelijk effectievere rechtspraak beperkt zich niet tot het bestuursrecht. Vooral in het familierecht, maar ook in andere deelgebieden van het recht, zoals het burenrecht, bestaat een groot verlangen naar experimenten met nieuwe, oplossingsgerichte procedures. Inmiddels heeft een concept-wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging het licht gezien, maar helaas wordt daarbij een experimenteerbepaling alleen ingevoerd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De bestuursrechter zal dus nog niet al te veel buiten de kaders mogen denken. Dat ligt anders bij de bezwaarprocedure. De inrichting daarvan is immers niet tot in detail geregeld, en dat maakt de ruimte voor experimenten daar groot. Mijn aanbeveling zou zijn om die experimenteerruimte optimaal te benutten en de experimenten goed te monitoren.2 Op zoek naar verbindende procedures in het bestuursrecht.