Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.10:8.10 Samenvatting
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.10
8.10 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950503:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Een verzekeraar die kan aantonen dat zijn voortbestaan in gevaar komt wanneer de verzekeringsovereenkomsten ongewijzigd worden voortgezet, zou in het geval van polissen waarin een en bloc-clausule is opgenomen eventueel van die clausule gebruik kunnen maken om te korten op de rechten van polishouders. Hij zou daarmee mogelijk de weg vrij kunnen maken voor een overdracht van de portefeuille met de desbetreffende verzekeringsovereenkomsten aan een verzekeraar met een veel betere solvabiliteitsratio (hoofdstuk 8.2.2).
2. Polisvoorwaarden wijzigen met behulp van de en bloc-clausule per het moment van portefeuilleoverdracht lijkt mij niet mogelijk. Op grond van art. 3:118 Wft stemt DNB immers slechts in met een portefeuilleoverdracht indien de verkrijgende verzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste. De situatie dat DNB instemt met een portefeuilleoverdracht terwijl het voor het voortbestaan van de verkrijgende verzekeraar noodzakelijk zou zijn per het moment van portefeuilleoverdracht de en bloc-clausule toe te passen met betrekking tot de portefeuille die hij verwerft, kan ik mij gelet op art. 3:118 Wft nauwelijks voorstellen (hoofdstuk 8.2.3).
3. De verkrijgende verzekeraar heeft wél juridische mogelijkheden om de polisvoorwaarden ná de portefeuilleoverdracht aan te passen. Mits voldaan is aan een aantal vereisten, kan hij de verzekeringsovereenkomst wijzigen per de prolongatiedatum. Een ander scenario dat juridisch mogelijk is, is het opzeggen van de bestaande verzekeringsovereenkomsten per prolongatiedatum en het doen van een aanbod tot het aangaan van een nieuwe verzekeringsovereenkomst per dezelfde datum (hoofdstuk 8.2.4).
4. In juridische literatuur is de heersende opvatting dat wanneer op een polis met co-assurantie tussentijds een verzekeraar toetreedt voor een (vervangend) aandeel er ten aanzien van hem sprake is van het aangaan van een nieuwe verzekeringsovereenkomst. Indien voor alle verzekeraars die een bepaald risico hebben verzekerd één of meer andere verzekeraars in de plaats treden, is de wettelijke regeling over het overdragen van rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten (afdeling 3.5.1A Wft) dan ook niet van toepassing. In het verlengde hiervan kan naar mijn mening worden aangenomen dat deze regeling ook niet van toepassing is als één verzekeraar al zijn in co-assurantie gesloten verzekeringen wil “overdragen” aan een andere verzekeraar (hoofdstuk 8.3).
5. De samenwerkingsovereenkomst tussen een assurantietussenpersoon en een verzekeraar die rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten overdraagt aan een andere verzekeraar blijft in beginsel gewoon van kracht. De portefeuilleoverdracht zoals geregeld in de Wft heeft immers uitsluitend betrekking op de verzekeringsovereenkomsten. De overdragende verzekeraar zal waarschijnlijk aansturen op contractsoverneming van de samenwerkingsovereenkomst of anders schuldoverneming van de verplichting om doorlopende provisie te betalen, door de verkrijgende verzekeraar (hoofdstuk 8.4.2).
6. De portefeuilleoverdracht leidt niet tot veranderingen in de opdrachtovereenkomst die tussen de assurantietussenpersoon tot stand is gekomen en diens cliënt. Naar mijn mening impliceert de privaatrechtelijke zorgplicht van de assurantietussenpersoon in beginsel niet dat hij zijn cliënt op de hoogte moet stellen van een portefeuilleoverdracht door de verzekeraar. Desalniettemin zijn er naar mijn mening wel degelijk situaties te bedenken waarbij het op grond van zijn privaatrechtelijke zorgplicht als een verplichting voor de assurantietussenpersoon beschouwd kan worden om een cliënt erop te wijzen dat een portefeuilleoverdracht plaatsvindt (hoofdstuk 8.4.3).
7. In het geval van een juridische fusie eindigt de door de verdwijnende verzekeraar aan een gevolmachtigd agent verleende volmacht. De samenwerkingsovereenkomst die door de verdwijnende verzekeraar is gesloten met een gevolmachtigd agent loopt per het moment van het van kracht worden van de juridische fusie, zonder de volmacht, wel door. De verkrijgende verzekeraar zal, al dan niet voor een nader te bepalen korte duur, een “nieuwe” volmacht verlenen aan de gevolmachtigd agent. Indien een partij de samenwerkingsovereenkomst wil beëindigen, moet hij de toepasselijke contractuele voorwaarden in acht nemen. Het gevolg kan zijn dat de gevolmachtigd agent verzekeringen per de prolongatiedatum gaat oversluiten naar een opvolgende volmachtgever (dus: een andere verzekeraar dan de verzekeraar naar wie bij de juridische fusie de portefeuille is overgegaan). De ontwikkelingen in de samenwerking tussen de verzekeraar en de gevolmachtigd agent naar aanleiding van de juridische fusie kunnen derhalve dus ook betekenis hebben voor de verzekeringnemer (hoofdstuk 8.5).
8. Degene die een verzekeringsovereenkomst heeft gesloten met een onderlinge waarborgmaatschappij heeft twee hoedanigheden, enerzijds de hoedanigheid van verzekeringnemer, en anderzijds de hoedanigheid van lid van de onderlinge waarborgmaatschappij. In zijn hoedanigheid van verzekeringnemer heeft hij de rechten die een verzekeringnemer van een naamloze vennootschap ook heeft. Daarnaast heeft hij als lid van de onderlinge waarborgmaatschappij in het geval van overdracht of overgang van de gehele portefeuille met verzekeringsovereenkomsten rechten op grond van het bepaalde in Boek 2 BW, al naar gelang voor welke juridische wijze van herstructurering wordt gekozen (hoofdstuk 8.6).
9. In het geval van een portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing moet de verkrijgende levensverzekeraar of schadeverzekeraar indien tot de portefeuille verzekeringen behoren in een branche waarvoor hij nog geen vergunning heeft bij DNB een aanvraag doen voor de uitbreiding van de vergunning met die branche. Hij moet dan het proces van uitbreiding van de vergunning doorlopen. Dit kan beschouwd worden als een extra waarborg voor de polishouders van de verzekeringen in de desbetreffende branche (hoofdstuk 8.7).
10. Het verschil in de mate van informatievoorziening tussen enerzijds de situatie van een overdracht van een portefeuille van levensverzekeringen volgens de procedure beschreven in de Wft, en anderzijds de situatie van een collectieve waardeoverdracht op grond van art. 83 en 84 Pensioenwet, is groot. Ook is er een opvallend verschil met betrekking tot de rol van de AFM. In het geval van een overdracht van een verzekeringsportefeuille volgens de procedure beschreven in de Wft bepaalt alleen DNB de wijze van informatievoorziening en heeft in beginsel alleen DNB een rol om de inhoud daarvan te toetsen. Voor collectieve waardeoverdrachten op grond van de Pensioenwet heeft de AFM een leidraad opgesteld en toetst ook de AFM de deelnemersinformatie (hoofdstuk 8.8).
11. In het geval van een overdracht van een assurantieportefeuille door de ene assurantietussenpersoon aan de andere assurantietussenpersoon kunnen zowel de rechtsverhouding tot de wederpartij in het geval van de samenwerkingsovereenkomsten die de assurantietussenpersoon heeft gesloten met verzekeraars, alsmede de overeenkomsten van opdracht die de assurantietussenpersoon heeft gesloten met zijn cliënten, door middel van contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW overgaan naar de nieuwe assurantietussenpersoon. In de praktijk wordt, mede in verband met de rechtsgevolgen daarvan, ook voor alternatieven gekozen (hoofdstuk 8.9).