Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.5.1:6.5.1 Inleiding
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.5.1
6.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940404:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De delictsomschrijving omvat naast het kale beboetbare feit en – bij vergrijpboetes – de schuldgradatie ook de kwaliteit van de boeteling. Het kwaliteitsvereiste houdt in, dat de boete alleen kan worden opgelegd aan degene die de daarvoor vereiste hoedanigheid bezit. Kijkend naar de tekst van de meeste boetebepalingen is dat vrijwel altijd de belasting- of inhoudingsplichtige (of belastingschuldige).1 Het zijn kwaliteitsdelicten. Toch kunnen fiscale bestuurlijke boetes ook aan anderen worden opgelegd, ondanks dat zij niet zelf de volgens de delictsomschrijvingen vereiste kwaliteit van belasting- of inhoudingsplichtige hebben. De kring van personen aan wie een fiscale bestuurlijke boete kan worden opgelegd, is sinds de invoering van de Vierde Tranche Awb namelijk uitgebreid. In paragraaf 6.5.2 zet ik op een rij om welke personen het gaat.