NJB 2024/2602:Uitreiking dagvaarding aan degene die zich op het in die bepaling bedoelde adres bevindt en die zich bereid verklaart het stuk onverwijld aan de geadresseerde te doen toekomen, art. 36e lid 1, aanhef en onder b sub 1°, en lid 2, aanhef en onder a, Sv: dan moet op grond van art. 36h lid 1 Sv in de akte van uitreiking de persoon worden vermeld aan wie de gerechtelijke mededeling is uitgereikt. Als in die akte niet de persoon is vermeld aan wie de dagvaarding is uitgereikt, heeft dat verzuim – in het geval dat de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen – in beginsel nietigheid van de betekening van de dagvaarding tot gevolg. De rechter kan echter van die nietigverklaring afzien, als anderszins uit de stukken kan worden afgeleid aan wie de dagvaarding is uitgereikt.