Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.E.1
III.E.1. Verschillende dimensies van afloop
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404940:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Waarbijdesgewenst via het beginsel van de 'nader te noemen rechtsopvolger van de erfrechtelijke meester' van middellijke vertegenwoordiging tot onmiddellijke vertegenwoordiging gekomen kan worden.
Zie art. 3:73 BW
Omdat men in het notariaat op dit gebied geen enkel risico wenst te lopen, pleegt men netjes aan de executeur te vragen of hij'klaar is of nog nadruppelt'.
W.R. MEIJER, Tekst en Toelichting Nieuw Erfrecht, Den Haag: SDU Uitgevers 2004, p. 121. Op p. 122 constateert zij dat bijhet einde van de executele de taak van de executeur eindigt en ook zijn beheer van de boedel eindigt. Einde executele is mijns inziens dan ook de 'optelsom' van einde taak en einde beheer. ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005, nr. 528 maakt nog de navolgende nuance: 'De executeur wiens taak is geëindigd, dient wel de goederen ter beschikking van de voortzettende en/of opvolgende executeur die het beheer van de nalatenschap heeft aanvaard, te stellen.' Mijns inziens kan dit 'vertaald' worden als juridisch kan de quasi-overeenkomst en daarmee de beheersbevoegdheid in beginsel geëindigd zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat ook feitelijk het beheer door de gewezen executeur is 'overgedragen'. Vgl. wederom art. 4:149 lid 3BW. Bij KLAASSEN-LUIJTEN-MEIJER, Erfrecht, Deventer: Kluwer 2002, nr. 374 leesik met betrekking tot de beheersbevoegdheid van de executeur: 'zijeindigt nimmer van rechtswege.' Wellicht wordt met nimmer gedoeld op de feitelijke situatie.
Dit lijkt ook te volgen uit art. 4:150 lid1 BW waar gesproken wordt over 'heeft volbracht'en 'is bevoegd zijn beheer te beëindigen.' Zo ook ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005 nr. 528. In deze situatie houdt hij derhalve de hoedanigheid van executeur tot de 'Freigabe'.
W. BREEMHAAR, De uiterste wilsbeschikking (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 1992, p. 172 merkt op: 'Het eindigen van de hoedanigheid van executeur wordt door de wet aangeduid als het eindigen van de taak van executeur.' (Curs. BS)
Aan alles komt een eind, zelfs aan de aan een executeur verleende erfrechtelijke opdracht.
Het einde van de quasi-overeenkomst oftewel het einde van de executele heeft echter verschillende dimensies:
het einde van de taak (de opdracht) van de executeur;
het einde van het beheer van de executeur;
het einde van de vertegenwoordigingsmacht van de executeur.
Men zou in het onderscheid weer het overeenkomstenkarakter (a.), het bewindskarakter (b.) en het vertegenwoordigingskarakter (c.) terug kunnen zien, hetgeen bij elkaar gehouden wordt door de filosofie van de privatieve lastgeving.1 In zoverre is dit onderscheid ook niet steeds wiskundig in te vullen, doch heeft dit met name het karakter van een juridisch denkmodel.
Het is van groot belang om dit onderscheid aan het eind van de rit van een executele steeds te maken, althans 'zo veel mogelijk'. Allereerst heeft niet iedere executeur zonder meer het beheer van de nalatenschap.Voorts is niet gezegd dat het einde van de taak van een bepaalde executeur ook het einde van een executele betekent. Na het overlijden van een executeur kan bijvoorbeeld een nieuwe executeur de betreffende erfrechtelijke opdracht aanvaarden. En daar komt bij dat het einde van de taak sowieso niet automatisch het verval van de beheersbevoegdheid betekent, waaruit voortvloeit de regel dat ook een gewezen executeur nog beheersverplichtingen kan hebben, aldus art. 4:149 lid3 BWen daarmee nog vertegenwoordigingsmacht kan hebben.2
In beginsel kan dan ook gezegd worden dat een executele pas geëindigd is als zowel de taak van iedere ('potentiele') executeur geëindigd is, als het beheer door degene die na de executeur(s) (een niet-executeur derhalve) tot het beheer van de nalatenschap bevoegd is, aanvaard is.
Daarnaast kan zich ook nog de situatie voordoen dat een executele in beginsel geëindigd is, doch door een kantonrechter 'heropend' wordt in de zin van art. 4:142 lid1 laatste zin BW. Ik teken hierbij aan dat naar de letter van de regeling zich heropening niet kan voordoen, omdat de wet spreekt van een vervanger. In de praktijk zal zich echter deze situatie in 'bijzondere omstandigheden' ongetwijfeld gaan voordoen.
Waarom is dit onderscheid van groot belang?3 Dit hangt samen met de be-schikkingsonbevoegdheidsregel van art. 4:145 lid 1 BW die gekoppeld is aan het beheer van de executeur. Ik ga er vanuit dat als een executele in beginsel geëindigd is, de erfgenamen na aanvaarding van het beheer weer beschikkingsbevoegd geworden zijn, ook al mocht een kantonrechter de executele 'ooit' weer heropenen in de zin van art. 4:142 BW. Pas na heropening worden de erfgenamen in beginsel weer beschikkingsonbevoegd. Ik leid dit ook af uit de eerste zin van art. 4:145 lid 1 BW waar gesproken wordt van: 'is een executeur benoemd, die tot taak heeft [...]'. Zolang de kantonrechter niet van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, is er immers niemand benoemd. Niet te verwarren met de situatie dat bijvoorbeeld de primair benoemde executeur is overleden en de kantonrechter 'op korte termijn' een nieuwe executeur gaat benoemen. Dan waren de erfgenamen onbevoegd en blijven zij (voorlopig) onbevoegdin de zin van art. 4:145 lid1 BW.
Meijer4 merkt dan ook terecht op dat de wet geen bepaling bevat over het einde van de executele, maar wel over het einde van de taak (art. 4:149 BW) en over het einde van het beheer (art. 4:150 BW).
Indien wij de verschillende dimensies rond het einde van executele bekijken, blijkt, zoals aangestipt, ook daar weer uit dat executele uit verschillende lagen opgebouwd is. Het einde van de overeenkomst (de taak), het einde van de bewindsbevoegdheid (het beheer) en het einde van de vertegenwoordigingsbevoegdheid in de zin van art. 4:149 lid 3 BW.
Uit art. 4:149 lid1 letter a BW blijkt dat men ook nog een onderscheid zou kunnen maken tussen het voltooien5 van de taak in de zin van de 'totale' afwikkelingsopdracht (de werkzaamheden als zodanig) en de taak van een executeur in concreto wiens taak bijvoorbeeldgeëindigd is omdat bijvoorbeeld een of meer van zijn goederen onder bewind gesteld zijn in de zin van art. 4:149 lid1 letter c BW. Wellicht is dan ook zuiverder om in dat geval te spreken van het einde van zijn hoedanigheid, net zoals de wetgever in art. 4:149 lid4 BW doet.6